Hoe (én waarom) je smaak verandert als je ouder wordt

Lisanne de Vaan 6 jan 2017 Body

Tot een paar jaar terug hield ik niet van avocado’s. Nu eet ik ze het liefst iedere dag. Chocolade? Die moést wit zijn. Een tijdje later at ik enkel melkchocolade, en je raadt het al, tegenwoordig is pure chocola mijn grote favoriet. Het is overduidelijk: mijn smaakpapillen zijn helemaal cray cray. Of toch niet?

Bijna ieder kind heeft wel een afkeer tegen een of meerdere producten. Aanstelleritis? Echt niet. Sommige dingen vond je gewoon écht vies. In mijn geval was het zuurkool. Ik vond het zó smerig, dat ik het – sinds ik het huis uit ben en zelf bepaal wat er op het menu staat – nooit meer heb gegeten. Geen smaakpapil in mijn mond die daar aan denkt. De vraag is, ga ik het ooit lekker vinden?

Smaak als zintuig

Smaak is een ingewikkelde zintuiglijke ervaring. Om te achterhalen hoe smaak transformeert, is het belangrijk om te weten wat het precies is en hoe het werkt. Er zijn vijf categorieën van smaak: zoet, zout, bitter, zuur en umami (beter bekend als hartig). Onze smaakpapillen zijn de hardwerkende receptoren die naar onze hersenen communiceren wat we zojuist in onze mond hebben gestopt. Ze identificeren specifieke chemicaliën in voedsel, analyseren dan het algemene profiel en zenden signalen naar de hersenen die worden vertaald als ‘zoet’, ‘zout’, enzovoorts.

Het is het vermelden waard dat geur en smaak niet hetzelfde zijn. Suiker (een smaak) en aardbei (een geur) worden gedetecteerd met behulp van verschillende sensorische systemen. Smaak wordt ervaren via de smaakpapillen; ondertussen wordt de geur ervaren door de olfactorische reukreceptoren. Schade aan deze reukreceptoren kan van invloed zijn op je ervaring met voeding. Je kunt nog steeds zoetigheid ervaren bij het drinken van een aardbeiensapje, maar je zou het moeilijker vinden om vast te stellen dat het kwam van een aardbei.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Beweerd wordt dat smaakpapillen op verschillende plekken in onze mond zitten, om er zeker van te zijn dat we een adequate hoeveelheid van verschillende voedingsmiddelen en nutriënten binnenkrijgen. Zo heeft bijvoorbeeld een Amerikaanse studie aangetoond dat er een afzonderlijk receptor bestaat om glutamaat te identificeren; een aminozuur aanwezig in eiwitten, welke voedsel een sterke umami smaak geeft. De studie suggereert dat deze receptor zich kan hebben ontwikkeld om ervoor te zorgen dat mensen genoeg eiwitten innemen.

De ontwikkeling van smaak

Een andere factor die van invloed is op de ontwikkeling van smaak (én waar we weinig invloed op hebben) is leeftijd. Onze smaakpapillen gaan dood. Klinkt extreem, maar dat valt mee. Ongeveer eens in de twee weken komen onze smaakpapillen te vervallen en regenereren ze, net zoals alle andere cellen in ons lichaam. Zo rond de leeftijd van 40 jaar gaat dit proces langzamer. Smaakpapillen blijven verdwijnen, maar er groeien er minder voor terug. En minder smaakpapillen betekent natuurlijk minder smaak. We krijgen opeens een andere combinatie van geactiveerde cellen wanneer we voedsel ervaren. Hierdoor kan het zijn dat iets wat je vroeger heerlijk vond, nu ineens niet meer zo lekker smaakt.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Trainen maar

Is onze smaakvoorkeur dan puur gebaseerd op genetica en leeftijd? Niet helemaal. Hoewel veel smaakvoorkeuren genetisch bepaald zijn, zijn de meesten gebaseerd op ervaring en cultuur. De vormgeving van smaakvoorkeuren begint in de baarmoeder en ontwikkelt zich de rest van ons leven, grotendeels gebaseerd op hetgeen waar we aan blootgesteld worden. Wat we eten op reguliere basis vormt onze smaakvoorkeur. Als we nooit groenten eten, dan gaan we het ook niet lekker vinden.

Het goede nieuws is dus dat we onze smaakpapillen kunnen trainen om te houden van voedsel waarvan we willen dat we ervan houden. Voor bijna alle nieuwe voeding (vooral voor die met unieke of complexe combinaties van smaken), is er een bepaalde ‘wachttijd’. Na deze ‘wachttijd’ begint het lichaam de voeding te accepteren. 5 tot 10 herhaalde blootstellingen zouden genoeg moeten zijn. Al weet ik niet of dat nou echt ‘goed’ nieuws is. Nu moet ik nog minstens 5 keer die smerige, gore, vieze, zure slierten eten. Bah.

Meer lezen?

Houd je niet van koriander of juist wél? Daar is een wetenschappelijke verklaring voor.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Hoe (én waarom) je smaak verandert als je ouder wordt
Sluiten