Dit is waarom onze (jeugd)herinneringen niet altijd betrouwbaar zijn (dat was ik toch?)

Positieve herinneringen worden vaker opgeëist door de ander dan negatieve

Laatst vertelde ik tijdens een etentje dat ik vroeger – toen ik nog heel klein en schattig was – in mijn vinger was gebeten door een eend. Wacht eens even, zegt mijn broer. Dat was jij helemaal niet, dat was ik. Een discussie volgt.

We halen regelmatig oude herinneringen naar boven, bijvoorbeeld tijdens het kerstdiner, op een feestje, maar ook op minder fraaie gelegenheden, zoals een begrafenis. We praten over onze successen, over onze faalacties en spannende avonturen uit onze jeugd. Maar hoeveel van deze spannende avonturen hebben we daadwerkelijk zelf meegemaakt?

Hé, dat was mijn herinnering

Kinderen die jong zijn strijden vaak om de aandacht van hun ouders. Als ze ouder zijn, bekvechten ze over de juistheid van de herinnering aan hun gedeelde verleden, stelt de Australische psycholoog Dorothy Rowe. Hoe meer je betrokken bent met elkaar (en dat zijn broers en zussen nu eenmaal), hoe meer je verbonden wordt door gezamenlijke herinneringen. En dat kan volgens Rowe tot conflicten leiden, bijvoorbeeld als je broer of zus een van jouw herinneringen ‘steelt’.

Een studie uit Nieuw-Zeeland onder tweelingen laat zien dat herinneringen vaak spontaan van eigenaar verwisselen. In een eerste experiment vroegen de onderzoekers 20 tweelingen om herinneringen op te roepen naar aanleiding van woorden. De psychologen die het onderzoek leidden hoorden regelmatig dat het stel van mening verschilde over wie van de twee een bepaalde gebeurtenis had meegemaakt. Maar liefst 14 van de 20 koppels kreeg onenigheid over wie nu eigenlijk de eigenaar was van een herinnering.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Nu denk je misschien; er zijn dingen die bijna ieder kind heeft meegemaakt, maar daar is rekening mee gehouden. In het onderzoek ging het om specifieke herinneringen. Om een paar voorbeelden te noemen: er werd gediscussieerd over wie er vroeger een halve pot mosterd had leeg gegeten, wie er op school naar huis werd gestuurd vanwege een te kort rokje en wie er vroeger van een trekker was gevallen en een verstuikte pols opliep.

De betwiste herinnering

In een tweede experiment werd aan twintig andere tweelingen gevraagd of zij ervaring hadden met zogenaamde betwiste herinneringen. Desbetreffende herinneringen worden zo genoemd omdat ze discutabel en twijfelachtig zijn. Ook nu ging het om herinneringen waarvan je verwacht dat iemand ze wel kan onthouden. Beide personen wisten telkens precies hoe de herinnering ging, hoe oud ze waren en wie erbij waren geweest. Opvallend was dat de betwiste herinneringen levendiger waren en gepaard gingen met meer emoties dan gezamenlijke herinneringen. Een mogelijke verklaring kan zijn dat het meer moeite kost om herinneringen te construeren die niet de jouwe zijn.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

In een derde experiment werd gekeken naar broers en zussen die geen tweeling zijn. Hieruit blijkt dat familieleden met een leeftijd die dicht bij elkaar ligt – evenals familieleden van hetzelfde geslacht – ook betwiste herinneringen hebben, maar minder vaak dan tweelingen.

Successen eisen we liever zelf op

Tot slot laat het onderzoek zien dat het toe-eigenen van herinneringen afhankelijk is van het feit of de herinnering positief of negatief is. En daar kan ik me wel in vinden.

Zo weet ik nog goed dat ik vroeger de eerste prijs won bij de jaarlijkse playbackshow. Ook herinner ik me nog dat mijn moeder op vakantie boos was omdat er plots een zak snoep in de bolderkar lag, die we niet hadden afgerekend in de winkel. Het was vast mijn broer.