Het Nederlands verandert, en dat is prima

De Taalunie heeft een nieuwe directeur en is géén grammar-nazi

Op 11 februari schreef ik een stukje waarin ik opriep tot het vieren van ‘taalverloedering’. Tot mijn grote vreugde las ik in De Volkskrant dat Hans Bennis, voormalig directeur van het Meertens instituut (het Nederlandse documentatie- en onderzoekscentrum voor de Nederlandse taal en (volks)cultuur) de nieuwe directeur van De Taalunie is geworden.

Wat is de Taalunie?

Het Nederlands is niet alleen in Nederland, Vlaanderen en Brussel een officiële taal, maar ook in Suriname, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten. Samen spreken zo’n 24 miljoen mensen Nederlands. De taalunie wil het gebruik van de Nederlandse taal stimuleren. Waarom? Kort gezegd probeert de Taalunie de Nederlandse taal ‘levend’ te houden. Ze hebben de angst dat, voornamelijk door de opmars van het Engels, het Nederlands aan belang inboet in maatschappelijke domeinen als wetenschap, economie, innovatie en onderwijs. De grootste angst van de Taalunie is dat Nederlands alleen nog maar in de privé sfeer zal worden gebruikt, wat volgens hen (en vooruit, ook volgens mij) voor Nederlandstaligen een groot verlies zou zijn.

De taalunie probeert dus in zekere zin de Nederlandse taal levend te houden en doet dit op 3 manieren:

Taalbeleid

De Taalunie verbindt verschillende organisaties met een hart voor het Nederlands. Bijvoorbeeld rondom onderwerpen als taalachterstand, literatuur, taal op de werkvloer en welzijn en participatie.

Taalinfrastructuur

De Taalunie ziet zichzelf als de autoriteit op het gebied van spelling, woordenschat en grammatica en geeft ieder die dat wil, voornamelijk online, gratis advies.

Taalgebruik

De Taalunie fungeert als een denktank voor het onderwijs Nederlands. Ook proberen ze in de rest van de wereld het gebruik van het Nederlands te stimuleren. Zij ondersteunt bijvoorbeeld docenten Nederlands in het buitenland, stimuleert mensen in andere landen om Nederlands te studeren en denkt mee over talige (culturele) activiteiten die het taalgebied internationaal op de kaart zetten.

Waarom moeten we blij zijn met Bennis?

Je zou verwachten dat de mensen van Taalunie de ultieme grammar-nazi’s zouden zijn, maar met het aanstellen van Hans Bennis als directeur waait er een frisse wind door het taallandschap. In het interview met de Volskrant stelt hij dat het wonderlijk is dat hij op de directeursstoel zit. Hij is namelijk geen tegenstander van ‘hun hebben’:

"Altijd beginnen mensen weer over de gevreesde opkomst van hun hebben. Terwijl je dat taalkundig gezien als een verbetering zou kunnen beschouwen. Het verschil tussen zij, hen en hun is een naamvalsverschil. Maar naamval is niet langer een functioneel onderdeel van ons taalsysteem. Toch is voor de meeste mensen ‘hun hebben’ nog de ultieme gruwel."

Hans Bennis komt in het interview over als iemand die voornamelijk observeert wat er gebeurt en dat documenteert, in plaats van met ijzeren vuist te proberen het Nederlands ‘puur’ te houden. Als hem de vraag wordt gesteld of de Taalunie geen normen wil vastleggen in de standaardtaal, antwoordt hij het volgende:

"Geen absolute normen en al helemaal geen eeuwigdurende normen. Want taal verandert voortdurend, gelukkig maar. Neem: een hele mooie auto. Dat is eigenlijk niet goed, maar iedereen vindt het tegenwoordig oké. Je vindt het in de krant, je hoort het in de Kamer. Iedereen maakt die ‘fout’. Dus is het op een zeker moment geen fout meer. Net als jij kan. Dat is in korte tijd volstrekt ingeburgerd geraakt."

Bennis stelt dat je je druk kunt maken over de veranderende taal, maar ook zou kunnen zeggen dat het Nederlands nu veel sterker is dan anderhalve eeuw geleden. In onze woordenschat zijn namelijk nog altijd heel veel Franse invloeden zichtbaar (denk bijvoorbeeld aan simpele voorbeelden als horloge en garage). Niemand lijkt deze Franse invloeden vreselijk te vinden, terwijl we ons nu ontzettend druk maken over de Engelse woorden die onze taal insluipen.

"Over taal kunnen mensen zich heel boos maken, net als over zwarte piet. Mensen zijn bang dat ze iets kwijtraken. Maar dat is een interpretatie van een ontwikkeling."

Je kunt nu denken: wat interesseert mij de mening van de directeur van de Taalunie nou? Vooral het laatste citaat vind ik een hele welkome en belangrijke boodschap in een periode waarin een grote groep Nederlanders zich uit wanhoop stort op een fout soort nationalisme. Is het niet de traditie van zwarte piet waar we ons aan vast moeten klampen, dan is het wel de taal. Maar zowel de tradities en de taal veranderen. Wat iemand als Bennis nu uitdraagt is dat dat altijd al zo is geweest, en dat dat helemaal niet negatief hoeft uit te pakken. Zo’n nuchtere, open en realistische blik is precies wat we op meer plekken in onze samenleving zouden kunnen gebruiken.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.