Het moment dat ik gedwongen werd opgenomen in een psychiatrische kliniek

Bregtje Knaap 31 jan 2018 Mind

Afgevoerd worden naar psychiatrisch gesticht was mijn grootste angst. Mijn aller, allerergste nachtmerrie. En op die derde februari in de winter van 2015, zag ik dat schrikbeeld werkelijkheid worden.

Ik had die ochtend geweigerd om voor de zoveelste keer naar de Acute Deeltijd Behandeling te gaan, en kwam ook mijn bed niet uit en weigerde te eten en te drinken. Ik had overal schoon genoeg van en wilde helemaal niets meer.

Mijn moeder belde met de dames sociaal-psychiatrische thuiszorg. Wat nu? Ik kreeg een van mijn begeleiders aan de telefoon.

Of ik niet toch nog naar de ABD wilde gaan?
Nee.
Waarom niet?
Zucht.
Of ik dan naar GGZ kon komen om erover te praten?
Nee. Zucht.

Dan kwamen ze op huisbezoek.

Niet veel later arriveerden de psychiater en SPH-er. Ik kreeg een spervuur van vragen. Waarom wilde ik niet meer naar de ADB? Waarom kwam ik mijn bed niet uit? Waarom wilde ik niet eten en drinken? Dus ik wilde gewoon blijven liggen en vanzelf doodgaan, of zo? Waarom? Wilde ik niet beter worden?

Het werd een gedwongen opname

Ze keken elkaar aan. De arts, die een inschatting van de situatie had gemaakt, nam het woord en zei: ‘We zijn nu op het punt dat het een psychiatrische opname wordt. Je bent heel ziek, en ik moet ingrijpen. Dat heb ik in mijn artseneed gezworen, dus ik moet nu handelen. Je kunt vrijwillig mee naar de kliniek, of onvrijwillig. Het zou jammer zijn wanneer het onvrijwillig moet, want dan starten we eigenlijk op de verkeerde voet.”

Ik werd boos. Waarom moest ik verdomme naar een kliniek? Dat wilde ik niet. Waarom bemoeide iedereen zich met me? Laat me met rust. En nee, ik ga zeer zeker niet vrijwillig.

Ik gooide mijn kont in de krib, en dat was dat. Het werd een gedwongen opname.

Wat volgde was een compleet circus: een tweede arts kwam op huisbezoek om de bevindingen van de eerste arts te verifiëren, met in zijn kielzog een trits arts-assistenten, psychiatrisch verpleegkundigen en stagiars. Mijn slaapkamer stond ineens vol vreemden die druk met elkaar overlegden, en een forse, vreemde vrouw – een psychiatrisch verpleegkundige – zetelde zich in de stoel naast mijn bed om mij in de gaten te houden.

[pullquote]Me verzetten had overduidelijk geen zin, dus liet ik me gedwee meevoeren de knalgele ambulance in[/pullquote]

Er werd heen en weer getelefoneerd met de Burgemeester van mijn woonplaats, en nadat er een IBS (inbewaringstelling) afgegeven was, kon ik mee naar de kliniek. De psychiatrisch verpleegkundige die me in de gaten had gehouden terwijl er heen en weer getelefoneerd werd, droeg me over aan de ambulancebroeders. Me verzetten had overduidelijk geen zin, dus liet ik me gedwee meevoeren de knalgele ambulance in.

Onderweg kwamen de tranen. Zat ik nou echt in een ambulance op weg naar een psychiatrische kliniek? Was het echt zover gekomen en was dit werkelijk nodig? Hoe was ik in godsnaam in deze situatie beland?

“Is dit je eerste opname?” vroeg de broeder die me achterin vergezelde en me een tissue aanreikte om mijn neus in te snuiten. Ik knikte zwijgend. “Ze gaan je daar beter maken,” probeerde hij me gerust te stellen. “Echt, je zal het zien.” Hij keek me vriendelijk aan en legde even een zorgzame, bemoedigende hand op mijn schouder. Mijn tranen bleven komen. Later pas begreep ik, dat het ook vaak genoeg gebeurt dat ambulancebroeders mensen in compleet verwarde of psychotische toestand moeten meenemen, vastgestrapt aan een brancard, omdat ze zich hevig verzetten. Dan hadden ze aan mij die ochtend een makkie.

Mijn moeder was achter de ambulance aangereden en aanwezig bij de intake in de kliniek. Ik kon alleen maar wezenloos op mijn stoel zitten, alles wat gezegd werd ging mijn ene oor in en direct mijn andere oor weer uit. Het drong amper tot me door. Ik liep apatisch mee naar wat voor de komende twee nachten mijn kamer zou zijn op de High-care afdeling van de kliniek. Eigenlijk, zo werd me gezegd, had ik op de Medium-care binnen moeten komen, omdat ik rustig was en niet psychotisch, maar daar was nu geen bed vrij.

Het eerste wat ik zag nadat we van de intakeruimte naar de kliniek zelf liepen, was een verwarde jonge vrouw die op de gang ineens haar broek tot op haar enkels liet zakken. Een verpleegkundige die naast haar liep, hees hem weer omhoog en sprak haar toe. Ik hoorde geschreeuw. Een man liep luid vloekend en tierend langs. Waar de f*ck was ik beland?

Een verpleegkundige leidde ons rond. Een lange gang met deuren, een eetzaal, een huiskamer, tv-ruimte en een zusterpost.

[pullquote]Moest ik hier blijven? Op deze gang?[/pullquote]

De kliniek was netjes en nog vrij nieuw. Ik kreeg de sleutel van een eigen kamer met douche en toilet. De wanden zaten strak in de verf, het meubilair was recent. Mijn kamer was ‘foolproof’: je kon er onmogelijk gekke dingen uithalen, al zou je het nog zo hard proberen. De ramen konden slechts op een kier net groot genoeg om je hand doorheen te steken open. Je kon dus onmogelijk vanaf de tweede verdieping naar beneden springen. Bed, nachtkastje en kledingkast annex bureau hadden geen zichtbare schroeven maar waren toch stevig in de muur verankerd. Ook hier was niets mee uit te halen. En tegen de enige vrije wand in de kamer zat een dikke laag schuimrubber geplakt, overtrokken met frisgroene stof. No way dat je je hoofd tegen die muur zou kunnen stukbeuken, of erger. De deur en badkamer konden op slot, maar te allen tijden door de persoonlijke verzorgers van buitenaf geopend worden.

Ik kreeg een huilbui en een flinke paniekaanval nadat mijn moeder laat op de avond naar huis was gegaan.

Na twee nachten verhuisde ik naar een kamer op de Medium care. Vier maanden lang zou mijn leven bestaan uit een lange, tl-verlichte gang met 16 kamers en hun bewoners, een eetzaal, woonkamer, tv-ruimte en een in wisseldiensten bemande zusterpost.

Ik was opgenomen in een psychiatrische kliniek.

Meer lezen

Ik moest naar de acute deeltijdbehandeling.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Het moment dat ik gedwongen werd opgenomen in een psychiatrische kliniek
Sluiten