Help, mijn kind lijkt op mij

Je kind legt je eigen gevoeligheden bloot

Mijn dochter lijkt op mij. Ook ik heb energie voor tien en loop mezelf daardoor soms voorbij. ‘Slaap je ook wel eens?’ vragen vrienden soms als grap. En als ik tien dingen tegelijkertijd kan, waarom zij dan niet? Echt zorgen maak ik me niet, maar soms wel. Geef ik wel het goede voorbeeld? Komt het door mij dat ze zo actief is? En heb ik straks niet gewoon een dochter van zestien met een burnout?

Die enigszins laconieke houding en de hoop dat het wel goed komt met mijn kind heeft niet iedereen. Een vriendin ontdekte dat haar zoon, net als zij, last heeft van faalangst.

‘Ik wist het eigenlijk al toen hij twee was, maar ik denk dat ik het lang genegeerd heb. Het was gewoon te pijnlijk om te zien. Hij was bang voor alles. Pas toen hij op de lagere school werd getest en hij inderdaad faalangst bleek te hebben, kon ik er niet langer omheen. Ik had het hem zo graag willen besparen. Faalangst is heel hardnekkig. Ik weet dat er niet veel aan te doen is. Ik vond het zo pijnlijk om te zien. Zelf had ik er na jaren eindelijk een beetje mijn weg in gevonden, en toen zag ik hem ermee worstelen.

Toen hij vijftien was heb ik hem pas verteld dat ik ook faalangst had. Ik wilde dat niet eerder doen omdat ik bang was dat het hem onzeker zou maken. Maar het was juist een opluchting voor hem. Zijn vader en zus zijn zo anders en nu had hij iemand die hem begreep. Ik heb hem ook wel advies kunnen geven. Maar echt er over praten wil hij niet. Het pijnlijke is dat ik hem dezelfde dingen zie doen als ik. En ik herinner me weer wat een worsteling het is geweest in mijn pubertijd wanneer je zo angstig bent en overal beren op de weg ziet.

Het erge vind ik dat ik mijn kinderen zo graag voor van alles wil behoeden. En dan denk ik: heb ik hem hiermee opgezadeld? Het heeft wel een paar jaar geduurd voor ik dat kon accepteren. Gelukkig heb ik behalve faalangst ook grenzeloze ambitie. Dat heeft ervoor gezorgd dat ik een hele goede baan heb. Laatst moest ik als enige Nederlandse spreken op een heel belangrijk congres. Dan bel ik mijn man op en vraag hem waarom ik hier ook alweer zo goed in ben. “Maar, schatje,” zegt hij dan, “je wéét toch dat je dat kan?” Voor hem is faalangst alsof je van een andere planeet komt. En dat geeft me dan weer hoop. Dat mijn zoon een vader en een zus heeft die hij als voorbeeld heeft en dat hij behalve mijn faalangst ook mijn ambitie heeft geërfd.’

Het liefst wil je je kind voor alles behoeden, maar dat kan niet

Pedagoog Emmeliek Boost van de Opvoeddesk in Laren komt vaker ouders in haar praktijk tegen die hun eigen problemen van vroeger bij hun kinderen terugzien. ‘Je kind legt je eigen gevoeligheden bloot,’ zegt ze. Je ziet de dingen waar je zelf tegenaan bent gelopen en het liefst wil je je kind voor alles behoeden, maar dat kan niet. En het is ook niet nodig.

Wat je wel kunt doen is de vaardigheden die je zelf hebt geleerd om er mee om te gaan aan je kind doorgeven. En omdat je het zo goed snapt, kun je er makkelijker met je kind over praten. “Ik herinner me dat ik dat ook zo moeilijk vond”, kun je zeggen. Begrip tonen is heel belangrijk. Het heeft dus voordelen als je kind en jij op elkaar lijken. Als het net als jij verlegen is, stottert, hoogbegaafd is of gepest wordt.’

Toch zijn de valkuilen groter, meent Boost. ‘Een valkuil is het als je als ouder het thema steeds weer omhoog ziet komen. Je bent er al zo lang mee bezig geweest in je leven en misschien heb je geleerd om er goed mee om te gaan of is het probleem zelfs verdwenen. Nu je het terugziet bij je kind, voelt het alsof het weer van jou is.’ De vraag is: waarom kun je je kind niet behoeden voor wat jij hebt meegemaakt?

‘Je wilt je kind graag helpen,’ zegt Boost, ‘maar aan de andere kant moet het ook zelf door de puree. Die puree, om het maar even zo te noemen, is nodig om vaardigheden te ontwikkelen. Een kind moet sterk genoeg worden om zijn eigen problemen te kunnen oplossen. Zelfvertrouwen ontwikkel je. Dat kun je niet van je ouders cadeau krijgen. Tegenslag en verdriet heb je nodig als kind om te leren dat je op jezelf kunt vertrouwen.

Weerbaarheid

Als ouder is het moeilijk om de juiste balans te vinden tussen willen helpen en coachend aan de zijlijn te blijven. Dat laatste zou ik eigenlijk elke ouder willen aanraden. Leer je kind om zijn eigen vaardigheden te ontwikkelen en vooral om zich bewust te worden dat hij of zij die vaardigheden heeft. Ga dus niet oplossen en adviseren, maar kijk hoe je ervoor kunt zorgen dat je kind zelf oplossingen bedenkt en dat hij denkt ‘dat gaat lukken.’ Als een kind van jongs af aan steeds leert dat hij problemen zelf kan oplossen, dan wordt hij weerbaar.’

Ik wilde dat hij zelf inzag dat er een grens was

Weerbaar maken, dat is precies wat mijn buurvrouw wilde, toen ze ontdekte dat haar zoon van acht op school gepest werd, net als zij vroeger. ‘Op de lagere school ben ik een paar jaar gepest. Ik werd al uitgelachen om de kleur van mijn fiets. Leraren deden niets in die tijd, sterker, ik werd gepest terwijl ik naast het open raam van de lerarenkamer stond. Mijn ouders wisten van niets omdat ik me zo schaamde, dat ik het thuis verzweeg.

Gelukkig hield het pesten na de lagere school op. Het is ook geen issue meer voor me. Tot ik merkte dat mijn zoon werd gepest. Hij had een briefje op tafel gelegd met de woorden: mam, ik wil naar een andere school. Ik reageerde heel heftig. Dat heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ik het zelf heb meegemaakt. Ik werd niet goed bij het idee dat iemand hem dat aandeed. Nog dezelfde dag ben ik met dat briefje naar school gegaan en heb ik tegen zijn meester gezegd dat hij het met de pestkoppen moest bespreken.

Gelukkig wordt er tegenwoordig op scholen veel meer tegen pesten gedaan dan in mijn tijd. Die docent heeft het echt prima opgelost. Maar thuis zat ik nog steeds met een bang jongetje. Ik ben met zijn zussen gaan praten en heb ze gevraagd of ze een beetje op hem wilden letten op het schoolplein.

Tegen mijn zoon heb ik die avond gezegd dat als ook maar één kind een vinger naar hem zou uitsteken, ik ze in elkaar zou slaan. Zijn oudste zus zei: ‘en anders ik wel’, waarna zijn jongste zus zei: ‘of ik.’ Toen was het even stil, ging hij rechtop zitten en zei hij: ‘of ik’. En dat was precies de reactie die ik van hem wilde. Ik ga als vrouw van 42 natuurlijk geen jongetjes van acht in elkaar slaan, maar ik wilde dat hij zelf inzag dat er een grens was, en dat die jongens in zijn klas die niet over mochten.

Dat strijdbare moment was heel belangrijk. Ik heb het nog twee jaar scherp in de gaten gehouden. Het pesten hield na die ene keer op en hij werd vrienden met de pestkoppen. Het goede is misschien ook dat ik het nooit heb gedramatiseerd. Ik heb niet gezegd: ‘wat zielig voor je dat je wordt gepest’, maar hem het gevoel gegeven dat hij het zelf aankon.’

Meer lezen?

Help, ik denk meer aan mijn werk dan aan mijn kind.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.