Waarom ik klaar ben met het gezeur over ‘Generatie Y’

Joanne Wienen 25 apr 2018 Mind

Generatie Y is verwend, narcistisch en daardoor doodongelukkig. Tenminste, dat is het vooroordeel dat over 'de millennial' bestaat. Maar klopt dat wel?

Over geen generatie is de afgelopen jaren meer geschreven dan ‘de millennials’ (a.k.a. patatgeneratie, generatie Y, de pretparkgeneratie). De vooroordelen over deze groep twintigers en dertigers in een notendop: millenials zijn opgegroeid in de zorgeloze jaren negentig waar de woorden ‘economie’ en ‘crisis’ zelden in combinatie werden gebruikt. Onze ouders hebben ons beschermd opgevoed, gaven ons alles wat ons hartje begeerde en vertelden ons de godganse dag hoe geweldig we wel niet waren.

Het gevolg: verwende, narcistische jongeren die stuk voor stuk geloofden dat ze superspeciaal waren. Eenmaal in de grote boze wereld bleken we helemaal niet zo speciaal en lachte het leven ons potverdorie ook helemaal niet zo hard toe als beloofd. Dat zijn wij verwende millennials natuurlijk niet gewend. En daardoor vallen we bij bosjes ten prooi aan depressies, burn-outs en chronische vermoeidheid.

Eén krijs en ze kregen ijs

Het is zo ongeveer het beeld dat bestaat over de generatie die in 2013 door Time Magazine al werd beschreven als ‘The Me Me Me Generation’. Behoorlijk generalistisch natuurlijk, maar dit beeld wordt inmiddels zo vaak herhaald dat je er als onschuldige millennial automatisch in gaat geloven. Hoogleraar orthopedagogiek Aryan van der Leij zei vorig jaar in HP de Tijd dat ouders hun kinderen te veel hebben vertroeteld en dat millennials daardoor niet hebben geleerd weerbaar te zijn.

Van der Leij: “Die ouders stelden ook nauwelijks meer grenzen. Hun kinderen waren de spil waar het gezinsleven om draaide, ze vormden hun levensproject. En het was alleen maar entertainment wat de klok sloeg. Terwijl ze hun kinderen van pretpark naar tropisch zwemparadijs, van paardrijden naar voetbal en van muziek- naar dansles vervoerden, probeerden ze hen zo veel mogelijk af te schermen van de boze buitenwereld en hun behoeften voortdurend te bevredigen. Eén krijs en ze kregen ijs. (…) Toch is al deze verwennerij geen garantie voor een gelukkig leven. Ze krijgen werkelijk alle ruimte, maar toch zie je jongeren die uiteindelijk worden geslagen door een depressie of een andere psychische aandoening. Dat is de paradox van deze tijd.”

Natuurlijk hebben we idealen en willen we graag onze dromen waarmaken, maar bijna nooit verliest iemand daarbij de realiteit uit het oog

Er zal heus een kern van waarheid in Van der Leij’s verhaal zitten. Maar is mijn generatie – los van de technologische ontwikkelingen en veranderingen – in essentie nou echt anders dan generatie X (1961 – 1980) of de babyboomers (1945 – 1960)? Persoonlijk herken ik me helemaal niet niet in dat beeld van die typische ‘millennial-opvoeding’ (de veronderstelde oorzaak van mijn narcisme). Mijn ouders vertelden me vroeger helemaal niet dat ik geweldig was en alles kon bereiken wat ik wilde. Wel dat ik hard moest werken. En mijn ouders gaven mij zelden gelijk als ik in de problemen kwam met leraren. Wel brachten ze me bij dat ik hoorde te luisteren naar mensen die ouder en wijzer dan ik waren.

Mijn ouders gaven me ook absoluut niet alles wat mijn hartje begeerde. Wel leerden ze me dat ik moest werken en sparen als ik iets wilde kopen. Ze brachten me een verantwoordelijkheidsgevoel bij, in plaats van het gevoel dat ik overal recht op heb. Nu kan het natuurlijk best dat hierin een uitzondering ben, maar ik betwijfel het. Ook bij mijn vrienden, veel leeftijdsgenoten en collega’s zie ik zelden wat terug van de eerder genoemde vooroordelen.

Ja, we willen hard werken om iets te bereiken. En natuurlijk hebben we idealen en willen we graag onze dromen waarmaken. Maar bijna nooit verliest iemand daarbij de realiteit uit het oog. En als we net iets te hard werken en gestrest en doodmoe op de bank zitten, zijn de meesten heus in staat om zichzelf tot de orde te roepen en het niet tot een burn-out te laten komen. Begrijp me niet verkeerd – er zijn wel degelijk jongeren die kampen met serieuze problemen. Ruim 72.000 mensen onder de 25 jaar zitten thuis vanwege arbeidsongeschiktheid. En 85 procent daarvan met klachten die te maken hebben met stress, depressie of een angststoornis (CBS, 2015). Dat zijn hoge aantallen. In elk artikel dat over millenials gaat, worden deze cijfers dan ook opgelepeld. Maar hoe terecht is dat?

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Hoewel elke jongere met psychische problemen er natuurlijk één teveel is, vraag ik me weleens af of deze cijfers nou echt zo enorm schokkend zijn vergeleken met andere generaties. Ik denk dat de generatie van mijn ouders met soortgelijke ‘problemen’ kampten. Misschien vroegen ze gewoon wel een stuk minder snel om hulp. Waar het in mijn vriendengroep inmiddels redelijk normaal is om aan mindfulness te doen, af en toe een coach of psycholoog te bezoeken en onze ‘issues’ tot in den treure uit te spreken, was dat in de generatie van mijn ouders nog taboe. Mijn punt: misschien is niet het aantal jongeren met psychische problemen toegenomen, maar het aantal jongeren dat vervolgens om hulp vraagt.

Cijfers over toegenomen diagnoses hoeven niet altijd te wijzen op een daadwerkelijk toegenomen aantal probleemgevallen

Klinisch psycholoog Jan Derksen zei vorig jaar dat hij niet denkt dat het aantal echte depressieve stoornissen is toegenomen onder jongeren. “Ik zie wel dat jongeren tegenwoordig vaker om psychologische hulp vragen,” zegt Derksen. Ook psycholoog en gezinstherapeut Eliane Wiebenga zocht de nuance op: “Cijfers over toegenomen diagnoses hoeven niet altijd te wijzen op een daadwerkelijk toegenomen aantal probleemgevallen. Er kan bijvoorbeeld simpelweg sprake zijn van toegenomen registratie. Of een verlaagde drempel om hulp te vragen. En dat is iets wat de laatste tijd zeker aan de hand is: jongeren vragen beslist makkelijker om hulp.” Bovendien, stond Nederland vijf jaar geleden niet nog in de top vijf van de gelukkigste landen met de gelukkigste kinderen?

Zo verschijnen er steeds meer onderzoeken die vooroordelen over ‘de millennial’ ontkrachten. Zo zocht de personeelsbaas van Google, Laszlo Bock, vorig jaar tevergeefs naar data die erop wees dat millennials narcistischer zijn dan andere generaties. Hij kon het niet vinden. “Wat je ziet is dat elke generatie die de werkvloer betreedt zichzelf een unieke generatie vindt”, zegt Bock. “En dat de generaties die ouder zijn dan altijd denken: ‘wie zijn die vreemde kinderen die overal maar recht op denken te hebben?’ Dat is een cyclus die zich de afgelopen vijftig jaar elke tien tot vijftien jaar herhaalt.”

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Begrijp me niet verkeerd. Ik kan moeilijk beweren dat ik het beter weet dan alle hoogleraren en psychologen die de noodklok luiden. Er zal dus vast een kern van waarheid zitten in alle ideeën over Generatie Y. En ik kan me best voorstellen dat deze generatie meer met zichzelf bezig is, puur doordat we meer keuzes hebben, pas op latere leeftijd gaan settelen en daardoor meer tijd hebben om over dingen na te denken. Er zullen vast ook een paar verwende millennials rondlopen met een permanent ‘het is niet eerlijk’-gevoel doordat de rest van de wereld niet zo supportive blijkt als hun ouders. En natuurlijk zijn er jongeren die afstevenen op een depressie of burn-out.

Maar kunnen we die uitzonderingen alsjeblieft gewoon zien voor wat het zijn – uitzonderingen? Want als we dan toch willen generaliseren, doet ‘de rest van de generatie’ het gewoon best wel prima. We werken soms te hard, soms te weinig. We maken weleens fouten, maar staan na een val gewoon weer op. Soms zijn we diep ongelukkig, soms overdreven gelukkig. Soms voelen we ons uitgeblust, op andere dagen weer vastberaden om al onze ambities waar te maken. Maar goed, is dat niet gewoon het leven?

Meer lezen?

We zijn een generatie van tegenstrijdigheden en dat is juist het probleem.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Reageer op artikel:
Waarom ik klaar ben met het gezeur over ‘Generatie Y’
Sluiten