Genderneutraal opvoeden: een psycholoog legt uit

Voeden we jongens en meisjes verschillend op?

Mannen verdienen meer dan vrouwen voor hetzelfde werk. Onlangs werd bekend dat meisjes zelfs minder zakgeld krijgen dan jongens. Het jongensbrein is anders dan het meisjesbrein, maar de verschillen in maatschappelijke beloning wordt daar niet door bepaald. Voeden we jongens misschien anders op dan meisjes?

Vrouwen in loondienst verdienen aan het begin van hun carrière vier procent minder dan mannen. Een verschil dat oploopt tot wel twintig procent voor precies hetzelfde werk. Vrouwelijke ZZP’ers verdienen zelfs zestig procent minder dan mannelijke. Nergens in Europa zijn zo weinig vrouwelijke hoogleraren als hier en het aantal vrouwen met een hoge functie in de technische sector is klein. Bijna de helft van de vrouwen in Nederland is economisch onzelfstandig.

Die verschillen zijn gedurende de hele schoolcarriere van jongens en meisjes niet of nauwelijks zichtbaar. Jongens halen gemiddeld een net iets hogere cito-score, maar zitten ook wat vaker in speciaal onderwijs of doen niet mee met de cito-toets. Jongens zijn wat beter in rekenen, meisjes wat beter in taal. Meisjes krijgen vaker een hoger schooladvies mee dan jongens.

Waarschijnlijk omdat er niet alleen naar citoscores wordt gekeken, maar ook naar werkhouding. Ze slagen met vergelijkbare cijfers op de middelbare school en stromen daarna netjes door naar het vervolgonderwijs. Meisjes maken dat hoger onderwijs vaker af dan jongens, die relatief vaak uitvallen op Hoge School en Universiteit. De vraag is: wat gebeurt er daarna, dat de grote verschillen in maatschappelijk succes verklaart?

Voeden wij onze dochters en zonen misschien anders op, zonder dat we ons dat bewust zijn? De discussie over wat aangeboren (nature) en aangeleerd (nurture) is, speelt al bijna een halve eeuw. Geloofden we in de jaren zeventig nog dat we het gendertypisch gedrag van buitenaf konden beïnvloeden, in de jaren daarna sloeg de wijzer steeds verder uit naar het belang van aangeboren verschillen. Toch verklaren die biologische verschillen niet alleen de verschillen tussen jongens en meisjes.

Socialisatie

Een belangrijk verschil tussen de seksen komt voort uit socialisatie, het nadoen van wat je als kind ziet. Kinderen observeren niet alleen gedrag, ze krijgen er ook voortdurend feedback op. Die feedback begint al heel jong. Vanaf ongeveer achttien maanden beginnen kinderen gendertypisch gedrag te tonen. Tussen het tweede en derde jaar leert een kind bij welke sekse het hoort. Ze ontwikkelen een gendertypische manier van spelen, maar experimenteren ook met de rol van de andere sekse.

Daarnaast bestaat er nog zoiets als gender zelfsocialisatie. Dat is het proces waarmee kinderen zelf leren om zich te gedragen op een manier die bij hun sekse hoort. Dat is het moment dat meisjes een Hello Kitty-broodtrommel kiezen en de jongens een Cars-trommel. Op hun vierde hebben kinderen al zo veel voorbeelden gezien van hun seksespecifieke eigenschappen, dat het niet meer dan logisch is dat bij het eerste verkleedfeest de halve klas als roze prinses verschijnt en de andere helft als piraat.

Signalen

Onbewust geven ouders andere signalen aan hun zoon dan aan hun dochter. Dat begint al bij de soort interactie die ouders met hun kind hebben. Vaders brengen in verhouding veel meer tijd door met hun kinderen in spelactiviteiten. Moeders besteden significant meer tijd aan zorgende taken. Maar nog belangrijker dan de voorbeeldfunctie, is de onbewuste boodschap die ouders hun kinderen geven. Jongens gaan op onderzoek, meisjes blijven thuis.

Genderontwikkeling is complex en zeker niet altijd van buitenaf te sturen

Wie nu denkt dat we terug zijn in de jaren vijftig, vergist zich. Dat blijkt uit een test die een paar jaar geleden is gemaakt in opdracht van de Europese Unie om leerkrachten in het basisonderwijs te wijzen op hun vooroordelen. Wie de test doet, zal schrikken van de uitkomst. Zo sterk associëren we werk met mannen en zorgtaken met vrouwen. Op de basisschool worden die verschillen bijna onmerkbaar versterkt. Zo krijgen jongens meer aandacht tijdens de rekenles en worden door de leerkracht hoger ingeschat als het gaat om het uitvoeren van technische opdrachten.

Genderontwikkeling is complex en zeker niet altijd van buitenaf te sturen. Maar het helpt om je bewust te zijn van de onbewuste beïnvloeding. Ouders spelen dus een grote rol wanneer het gaat om het stimuleren of afremmen van de ambities van meisjes. In Scandinavië is sekseneutraal opvoeden al jaren een belangrijk onderwerp. Zo maakte ToysRus daar een speelgoedfolder met jongens die met poppen spelen en meisjes die met bouwkranen spelen.

Hier zorgde de speelgoedcatalogus van Bart Smit een paar jaar geleden voor ophef omdat meisjes werden aangemoedigd om een stofzuiger of strijkijzer aan sinterklaas te vragen. Tussen de huishoudspullen was geen jongen te bekennen.
Speelgoed lijkt onschuldig, maar zelfs de latere studiekeuze wordt bepaald door hardnekkige stereotypes.

Als we onze kinderen genderneutraal willen opvoeden, is het belangrijk om je je er al heel jong bewust van te zijn welk voorbeeld je je kind geeft. We hoeven we niet – zoals mijn ouders vroeger wel deden – de rollen om te draaien. Meisjes hoeven niet per se met auto’s en boormachines te spelen. Jongens niet met poppen. Dat omdraaien van rollen was in de jaren zeventig, waarin ik opgroeide, niet heel raar. Ik heb geen idee of het geholpen heeft dat mijn moeder mij verbood om de Tina te lezen en mijn broer wel met Barbiepoppen mocht spelen en ik niet. Wel weet ik dat ik er in mijn leven heel veel profijt van heb gehad dat ze mij leerden hoe ik een stekker aan een elektriciteitsdraad moest zetten of mijn band moest plakken. En ik verdien meer dan mijn broer.

Benieuwd naar je eigen vooroordelen? Je kunt de test uit het experiment online doen.

Meer lezen

Papadag is zo 2016.