Genderdysforie, en dan? Over de gender(mono)poli(e) van het VU Medisch Centrum

Van geslacht veranderen is zo gemakkelijk nog niet

De genderpoli van het VU Medisch Centrum kampt al enige tijd met een lange wachtlijst. Die wachtlijst is te lang, vinden verschillende belangenorganisaties. En daar moet iets aan veranderen.

Schuin tegenover de Amsterdamse ‘skyline’, de ZuidAs, staat het VU Medisch Centrum. Het academische ziekenhuis was de eerste transgenderpoli met een eigen hoogleraar transseksuologie. Momenteel is het VUmc ook het enige ziekenhuis met een poli waar mensen terechtkunnen voor een volledige behandeling voor genderdysforie. Daarmee heeft het VUmc een monopoliepositie te pakken. En dat is het probleem, vindt Transgender Netwerk Nederland.

Genderdysforie

De genderpoli van het VU Medisch Centrum heet officieel het zorg- en kenniscentrum voor genderdysforie. Ze helpen mensen met genderdysforie: mensen die de wens hebben om een ander geslacht te hebben. Iemand met genderdysforie wil zich niet alleen gedragen als iemand van een ander geslacht, maar wil dan ook vaak de lichamelijke kenmerken hebben.

Genderdysforie staat officieel in de DSM-5 (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders): een handboek dat is opgesteld in Amerika, waarmee psychische stoornissen worden vastgesteld. Het eerste handboek is al opgesteld in 1952, de meest recente versie komt uit 2013.

Er is veel discussie rondom de DSM en genderdysforie. Hier besteedde ook VICE aandacht aan. Transgenders zien zichzelf niet als een persoon met een psychische stoornis en willen ook niet graag op die manier worden weggezet. Maar door deze diagnose kunnen transgenders hun behandeling wel laten vergoeden hun zorgverzekeraar. Dat verloopt ook nog niet altijd even vlekkeloos, maar daar zit gelukkig vooruitgang in. In juni 2017 heeft toenmalig minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Edith Schippers besloten dat transvrouwen (van man naar vrouw) vanaf volgend jaar ook recht hebben op een vergoeding voor borstprothesen. Hiervoor wordt 2,8 miljoen euro vrijgemaakt, maar wie er wanneer voor in aanmerking komt, wordt nog overlegd.

De oplossing: werk samen

Naar verwachting zijn er ruim 48 duizend mensen in Nederland die het gevoel hebben dat ze in het verkeerde lichaam zijn geboren. Maar als je daar iets aan wilt laten doen, moet je nu als volwassene 44 weken wachten voordat je in gesprek kunt gaan met de specialisten van het VUmc. Kinderen en adolescenten moeten 30 weken wachten. Maar met dat ene intakegesprek ben je er nog lang niet: gemiddeld gezien duurt het gehele transitieproces ongeveer drie tot vier jaar.

Op dit moment heeft het VUmc het zelfs zo druk, dat er op korte termijn geen deskundige was die iets kon vertellen over de behandelmethoden van de genderpoli: ‘Het kenniscentrum wordt dagelijks overspoeld met veel mediaverzoeken voor informatie, interviews en oriënterende gesprekken over deze specifieke afdeling. Dit stellen we uiteraard erg op prijs, maar we constateren dat dit momenteel onevenredig veel werk met zich meebrengt om al deze verzoeken zorgvuldig te kunnen afhandelen.’ Die drukte zou kunnen worden opgelost als het VUmc besluit om meer samen te werken met andere psychologenpraktijken, vindt Samira Hakim van Transgender Netwerk Nederland.

In februari 2017 werden er dan ook Kamervragen gesteld over de monopoliepositie van het Amsterdamse ziekenhuis. Minister Schippers gaf aan dat het VUmc ‘met andere betrokkenen in gesprek is en afspraken heeft met andere Nederlandse ziekenhuizen die onderdelen van het behandeltraject  kunnen uitvoeren.’ Tot nu toe is het VUmc namelijk het enige ziekenhuis dat mensen een volledige behandeling kan geven.

Maar ondanks de antwoorden van Minister Schippers zijn verschillende belangenorganisaties niet gerust over de toekomst. Hakim: ‘Het VUmc heeft momenteel een monopoliepositie. Het lijkt alsof ze deze wil behouden, omdat ze taken niet of nauwelijks uit handen geven.’ Het VUmc is wel bezig met het voeren van gesprekken met andere psychologenpraktijken. Een psychologenpraktijk die ik sprak is nog erg voorzichtig: ‘Als we te veel zeggen, zijn we bang dat het VUmc zich misschien terugtrekt uit het hele traject, dat nog erg moeizaam en traag verloopt.’

En toegegeven, het VUmc kan soms erg grillig zijn. In 2013 zette de genderpoli alle behandelingen zelfs voor enkele maanden stil, vanwege financiële onenigheid tussen de poli en zorgverzekeraars.

Zelfmedicatie

Maar er doemt een nieuw probleem op. Ten gevolge van de lange wachtlijsten nemen steeds meer mensen de touwtjes in eigen handen, en starten dan zelf met hormonen. Volgens Hakim is dit een steeds groter wordend probleem: ‘Mensen worden niet gecontroleerd op hun dosis of de bijwerkingen, maar starten wel zelf met het innemen van hormonen zonder professionele hulp of controle.’

Uit onderzoek van patiëntenorganisatie Transvisie start 26 procent van de transvrouwen en 7 procent van de transmannen zelf met een hormoonbehandeling. Die bijwerkingen kunnen erg risicovol zijn: denk aan hartkloppingen, depressies, angstaanvallen en slaapproblemen. In één geval kreeg iemand zelfs een herseninfarct.

Operatietechnieken

Maar dat is niet alleen het probleem: ook bij de operaties laat het VUmc steken vallen. Uit hetzelfde onderzoek van Transvisie bleek dat 81 procent van de patiënten voor een herstelingreep terug moest naar het ziekenhuis. Toch houdt het VUmc ook met de operatietechnieken graag de monopoliepositie vast. Hakim: ‘Er zijn verschillende operatietechnieken die kunnen worden gebruikt voor geslachtsveranderende operaties. In Thailand zijn die technieken bijvoorbeeld anders dan in Nederland. In de Verenigde Staten zijn ze bezig met het ontwikkelen van een nieuwe techniek.’

‘Maar als je met een arts bij het VUmc bespreekt dat je meer interesse hebt in een andere techniek dan die van het VUmc, word je meteen afgekapt’, aldus Hakim. Als je geld genoeg hebt, is het geen probleem. Dan kun je naar een land waar ze de operatietechnieken gebruiken die jouw voorkeur hebben. Maar helaas heeft niet iedereen die keuze.