Feiten over dierproeven: kunnen we er vanaf?

24 april is het Wereldproefdierendag

Een wereld zonder dierproeven. Klinkt fantastisch. Maar is het ook realistisch? Daar staan we vandaag bij stil op Wereldproefdierendag. Over een knagend geweten, veiligheid van de mens als doel en ongewenste proefdieren.

Het knaagt aan mijn geweten. Dierproeven. Dat ik tegenstander ben, staat voor mij als een paal boven water. Maar ik grijp wel naar een pijnstiller bij een migraineaanval. Waarschijnlijk getest op dieren. Ik schaam me ervoor dat ik mezelf boven andere dieren plaats. Sommigen hebben misschien een goed argument om zich boven dieren te stellen. Ik niet.

Goed, even wat dierproeffeiten: in Europa worden jaarlijks zo’n 12 miljoen proefdieren gebruikt in experimenten, in Nederland worden ruim 500.000 dierproeven per jaar gedaan. Meestal gaat het om muizen en ratten, maar ook dieren als cavia’s, konijnen, kippen, honden, katten, paarden en apen worden ingezet. Volgens mij is niemand voorstander van dierproeven. Maar iedereen die gezond is, wil gezond blijven. En ben je ziek, dan wil je beter worden. Daar zijn dierproeven voor nodig. Toch? De komende minuten neem ik je mee in de wereld van dierproeven en de mogelijke alternatieven.

Veiligheid van de mens

Testen worden vaak eerst gedaan met twee dieren: een knaagdier en een niet-knaagdier. Dat staat in de wet. Afhankelijk van het resultaat, worden vervolgens mensen opgetrommeld voor klinische testen. Dierproeven worden uitgevoerd onder strikte voorwaarden, inclusief de afweging tussen het leed dat een proefdier ondervindt en de risico’s voor de mens wanneer er geen dierproeven worden gedaan. Het doel van onderzoek met proefdieren? De volksgezondheid beschermen; veiligheid van de mens is het uitgangspunt.

Met dat uitgangspunt is de eerste hapering echter een feit. Bij dierproeven staat namelijk niet de mens, maar het dier centraal. Oftewel: je kunt wel op dieren testen, maar het moet eerst nog worden vertaald naar de mens. Een groot deel valt dan alsnog af. Dieren zijn geen mensen. Mensen zijn geen dieren. Dat werd pijnlijk duidelijk in 2016, toen zes menselijke proefpersonen ernstig ziek werden in een klinische test. Natuurlijk zijn er ook allerlei geneesmiddelen op de markt die getest zijn op dieren en mensen verlossen van een langdurig ziektebed. Die pijn verlichten, klachten verminderen en een sprenkeltje hoop geven aan mensen die het leven al bijna aan zich voorbij zagen gaan.

Alternatieven voor dierproeven

De vraag is: zijn dierproeven nodig om mensen gezond te houden of beter te maken? De Nederlandse overheid heeft in ieder geval een mooi streven: zij wil dat Nederland in 2025 wereldwijd koploper is in het terugdringen van experimenten met proefdieren. Dat staat in het adviesrapport Transitie naar proefdiervrij onderzoek. Dat doen ze door dierproeven te vervangen voor innovatieve onderzoeksmethoden. Zonder dieren, dus.

Verschillende instanties en universiteiten werken als sinds de jaren tachtig hard aan het overbodig maken van proefdieren. Zo wordt er gewerkt aan een computermodel waarmee hartproeven gedaan kunnen worden. Maar er zijn ook testen met cel- en weefselkweken (ook van menselijk materiaal) en met menselijke organen (die overblijven na bijvoorbeeld een leveroperatie).

Goed nieuws: alternatieven blijken soms een beter voorspellende waarde te hebben voor de werking bij mensen. En er komt naar voren dat in sommige gevallen een alternatief beschikbaar is dat dierproeven onnodig maakt. Ook blijkt uit onderzoek dat het testen op één diersoort in plaats van twee in veel gevallen voldoende is. Mogelijk worden de internationale richtlijnen dan ook veranderd, wat betekent dat vanaf eind 2017 wereldwijd een kwart miljoen minder proefdieren nodig zijn. Hooray!

Het verkeerde geslacht

De wetenschap werkt hard aan alternatieven waarbij dieren geen rol spelen. Dat is goed nieuws voor veel mensen, want we realiseren ons meer en meer dat dieren ook overeenkomsten met mensen kennen als het gaat om het ervaren van pijn, angst en stress. Wil je daar meer over weten, dan raad ik je het boek ‘Zijn we slim genoeg om te weten hoe slim dieren zijn’ aan.

Wat bij mij wringt: de onnodige dood van veel dieren. Het gebruiken van dieren als product en afval. Veelal zitten ze gekooid in het lab, continu aan de medicatie en worden ze na de proef gedood. Niet echt een pretje, het leven van veel proefdieren. Dat laatste, het doden van proefdieren, wordt gedaan omdat ze bijvoorbeeld de organen nodig hebben voor het onderzoek. Maar er zijn ook honderdduizenden ‘onbruikbare’ dieren. Vooral het geknutsel met genen levert verspilling op, maar dieren worden ook afgemaakt omdat ze het verkeerde geslacht hebben voor de dierproef of omdat ze te veel gefokt zijn. Dieren die na de proef wel blijven leven worden bijvoorbeeld ingezet bij een andere proef of bij de fok van nieuwe proefdieren. Sommige proefdieren komen in een stal of boerderij terecht of bij iemand thuis.

Volledig dierproefvrij Nederland

De maatschappelijke weerstand is groot en veel dierproeven (helaas nog niet allemaal) lijken onnodig. Waarom worden ze dan toch nog uitgevoerd? De overheid zit in een lastig parket, net als geneesmiddelautoriteiten. Die zijn extreem voorzichtig vanwege de verantwoordelijkheid voor de veiligheid van patiënten. Ze willen zeker weten dat er geen enkel risico is op nare bijwerkingen. Geef ze eens ongelijk. Helaas leidt dat wel tot onnodige dierproeven.

Hoewel er hard wordt gewerkt om proefdierleed te besparen, laat een volledig dierproefvrij Nederland nog lang op zich wachten. Durven geneesmiddelautoriteiten de stap aan? Kunnen onderzoekers voldoende positieve resultaten aantonen om een wetswijziging mogelijk te maken? En durven mensen een geneesmiddel te slikken dat niet op dieren is getest? De tijd zal het leren.

Meer lezen

We onderzochten: hebben dieren een bewustzijn?