Everybody needs a Poetin (oftewel een gemeenschappelijke vijand)

Tom Hofland 26 mrt 2017 Mind

Ik ben geen voetballiefhebber, maar ik heb een zwak voor zogenaamde FIFA-avondjes: bier drinken met vrienden terwijl er een virtueel voetbaltoernooi wordt gespeeld. Het is weinig elegant maar het is zo, en in de dagen dat ik nog studeerde kwamen we vaak met een groepje vrienden samen om zo’n avondje op poten te zetten.

Ik moest aan deze FIFA-avondjes denken toen ik een interview met Hans Versloot las in Trouw. Hans Versloot is politicoloog en de auteur van het boek De verwoesting van Rusland. Hoewel hij kritisch is op het Russische staatshoofd, stoort hij zich ook aan het zwartwit denken over het land van Poetin.

“Dat verschrikkelijke moralisme van ons. Natuurlijk is Poetin een boeman, maar het idee dat wij de goeden zijn?” zegt Versloot in het interview. Volgens hem zien wij Poetin als een cliché slechterik door een gebrek aan kennis.

Misschien willen wij in het westen stiekem Poetin ook wel zo zien. Toen Poetin besloot de Krim te annexeren en, naar alle waarschijnlijkheid, de opstanden in het oosten van Oekraïne begon te steunen (waar nog dagelijks gevochten wordt) was dat voor ons eigenlijk ergens wel prettig. Eindelijk duidelijkheid: Poetin is de ouderwetse slechterik waar we onze pijlen op kunnen richten. Want een duidelijke vijand in het oosten maakt de bondgenootschappen in het westen sterker. Het schept duidelijkheid in een chaotische wereld vol belangen.

Maar wat heeft dit met FIFA te maken?

Ik begreep het verhaal van Versloot goed omdat ik hetzelfde zag gebeuren op die met bier en cocktailnootjes doordrenkte FIFA-avondjes. We waren doorgaans met een man of acht op zo’n avond en het ging er flink competitief aan toe. Iedereen wilde winnen. Maar er was één duidelijke vijand voor iedereen: Peter (niet zijn echte naam). Peter was namelijk de enige van ons die echt goed was in FIFA, en omdat hij een aantal toernooien op rij had gewonnen kreeg hij een imago. Wie tegen Peter speelde, deed dat met slappe duimen: winnen zat er toch niet in.

Normaal feliciteerde we de winnaar van een wedstrijd en lachten we om de verliezer, maar niet als er tegen Peter gespeeld werd. Dan was iedereen plots voor de underdog en kreeg Peter de meest nare verwensingen naar zijn hoofd geslingerd terwijl hij zich op het spel probeerde te concentreren. Het waren 7 kleine Davidjes tegen één Goliath. ‘Waarom haten jullie mij!?’ riep Peter dan verontwaardigd nadat er iemand een leeg blikje naar zijn hoofd had geslingerd om hem af te leiden. ‘Omdat je te goed bent!’ riep de blikjeswerper.

En als iemand dan tóch onverhoeds won tegen deze grootmeester van het digitale balspel, dan waren wij kleintjes in extase. De grote man was verslagen en wij dansten als broeders en kameraden op tafel. Wij steunden elkaar ineens door dik en dun; gunden elkaar plots zelfs de overwinning.

Omdat Peter zo goed was, verzonnen wij sancties. Zo mocht hij alleen met het aller-slechtste team spelen. Dat was ‘eerlijker’ vonden wij. Met als gevolg dat Peter steeds vaker verloor. En zelfs toen de sancties werden opgeheven kwam Peter nooit meer terug op zijn oude niveau. Ja, hij eindigde nog steevast in de top drie, maar zijn hoogtijdagen waren allang voor bij.

En toch stopten de vijandelijkheden niet. Zelfs als Peter toernooi op toernooi verloor werd hij de volgende keer weer bespot en als ‘gevaarlijk’ weggezet. Peter was onze Poetin, en wij hadden hem nodig voor onze eigen verbroedering. Samen stonden we sterk tegen een gemeenschappelijke vijand. Zelfs als wij het slechter voor hadden met die vijand, als hij met ons.

Meer lezen

Reageer op artikel:
Everybody needs a Poetin (oftewel een gemeenschappelijke vijand)
Sluiten