Waarom een glimlach niet altijd positief hoeft te zijn (er zijn verschillende soorten)

Slechts zes glimlachen ontstaan uit blijdschap

Soms verschijnt er onwillekeurig één op je gezicht, soms moet je forceren en soms kun je er maar niet mee ophouden: glimlachen. We linken de glimlach aan blijdschap, aan tevredenheid en aan geluk. Maar ook op een mindere dag krul je je mondhoeken, wellicht onbewust, bij wijze van masker weleens omhoog. En die maskerende functie heeft de glimlach vaker dan je denkt. Want van de 19 soorten glimlachen die we produceren, ontstaan er slechts zes uit blijdschap.

Tijdens een bizar onderzoek in 1924, uitgevoerd aan de Universiteit van Minnesota, ontdekte Carney Landis dat de glimlach in bijna elke situatie op elk gezicht te zien is. De onderzochte groep bestaande uit studenten, docenten en psychische patiënten werd in meerdere pijnlijke, choquerende en gewelddadige situaties gebracht terwijl er continu foto’s werden gemaakt van de gezichtsuitdrukkingen.

Zelfs met vuurwerk onder hun stoel en de opdracht om een levende rat te onthoofden met een slagersmes (ja, echt) was de glimlach te zien. “So far as this experiment goes I have found no expression other than a smile, which was present in enough photographs to be considered as typical of any situation,” was dan ook Landis’ conclusie.

Totaal onethisch natuurlijk, maar wel een openbaring te noemen. Want achter die vriendelijk ogende gezichtsuitdrukking zit dus regelmatig iets heel anders dan blijdschap. Kijken we naar apen, dan zien we dat deze dieren hun tanden ontbloten als teken van agressie of angst. Chimpansees krullen hun lippen omhoog om zo te laten zien dat ze klaar zijn om te bijten. Komen ze als mannetje een dominantere mede-man tegen, dan glimlachen ze met hun tanden op elkaar als teken van ‘ik ken mijn plek en ik zoek geen ruzie’. Deze wetenschap zou kunnen verklaren waarom wij mensen glimlachen in ongemakkelijke, oncomfortabele of angstige situaties.

Instinctieve reactie of cultureel bepaald?

De Franse neuroloog en fotograaf Duchenne de Boulogne was de eerste die serieus onderzoek deed naar gelaatsuitdrukkingen. In de 19e eeuw probeerde hij elektriciteit als vorm van therapie uit op proefpersonen. Hij wist bepaalde gelaatsexpressies op te roepen bij zijn proefpersonen door toepassing van elektrische simulatie.

‘Echte’ blijdschap en de uitdrukking daarvan was niet alleen afhankelijk van de spieren in de mondhoeken, maar ook van de spiergroep rondom de ogen, ontdekte hij. De Duchenne glimlach is vandaag de dag nog steeds de benaming voor de spontane, oprechte glimlach bij mensen.

Glimlachen heeft echter niet in elke cultuur dezelfde betekenis. Zo is in Thailand glimlachen een manier van non-verbale communicatie en wordt de expressie gebruikt als zelfbescherming, om problemen op te lossen of te voorkomen. De vraag die wetenschappers al decennialang bezighoudt is dan ook of de betekenissen van onze gezichtsuitdrukkingen instinctief en dus universeel bepaald zijn, of dat deze betekenissen afhangen van de cultuur waarin we geboren en opgegroeid zijn.

In dit artikel van BBC staat beschreven dat Darwin, bedenker van de evolutietheorie, zich schaarde achter de instinctieve betekenis van de glimlach. Volgens hem hebben onze gelaatsuitdrukkingen praktische functies. Neem het optrekken van je wenkbrauwen wanneer je verbazing uit. Dit vergroot je blikveld wat onze voorouders geholpen zou kunnen hebben bij het tijdig ontsnappen aan de vijand. Hij onderbouwde zijn theorie door elf foto’s van Duchenne te laten beoordelen door twintig proefpersonen. Zij waren het er unaniem over eens wanneer een gefotografeerde blijdschap, angst, verdriet of verbazing uitte.

Maakt glimlachen gelukkig (en is er wel een antwoord op die vraag)?

Mensen die veel lachen worden bestempeld als geliefd, toegankelijk, aantrekkelijk en vriendelijk, maar volgens bovenstaande theorieën worden veel glimlachen juist geproduceerd in beschaamde, verschrikte, pijnlijke of zelfs ellendige staat.

Toch is de aanname dat glimlachen gelukkig maakt één van de meest aansprekende effecten in de sociale psychologie. In 1988 deed psycholoog Fritz Strack hier samen met twee collega’s onderzoek naar door proefpersonen ongemerkt een glimlach te laten forceren door pennen tussen hun tanden te klemmen. Een andere groep werd opgedragen om pruilend een pen tussen hun tanden te klemmen. Vervolgens kregen de proefpersonen strips te zien. De groep met de glimlach vond de strips grappiger dan de andere groep. Dit onderzoek werd in 2016 echter weerlegd, toen methodoloog Eric-Jan Wagenmakers van de Universiteit van Amsterdam in een herhalingsonderzoek met 17 onderzoeksgroepen geen enkel bewijs vond.

Achter de glimlach schuilt dus een web van onopgeloste vraagstukken en een scala aan betekenissen. Van verlegen tot ondeugend en van tevreden tot uitzinnig: welke versie versiert jouw gezicht vandaag?

Meer lezen

We lachen heel wat af, maar niet omdat het we iets grappig vinden.