Een ode aan de lente (met een artistiek randje)

Het is lente en de stad zingt. Niet de mensen, want die klagen, maar die klagen overal. Het is te warm, te koud, te winderig - ja die is favoriet. De wind is er zo een die niet veel vrienden lijkt te hebben.

Het is lente en ik sloeg seizoenen over dus het voelt alsof ik vals speel. Een man leerde me begeerte en zonder winter om te overpeinzen ben ik zo weer onderdeel van een vruchtbaar spel van verkenning in een stad vol zinderende zin.

De woorden dansen door mijn hoofd en blijven hangen als een vlinder in de tuin – waarbij je zo gewend bent je te verwonderen dat je standaard lang blijft kijken, ook al blijkt er soms niets uit. De logica der dingen is verweven met de tijd en als de reden zich kan aandienen wanneer de tijd er is, is er ook geen nood meer in het zoeken.

Maar toch klagen de mensen, want het is koud en warm en winderig en anderen passen zich niet aan. Ja dat blijkt een gedeelde ergernis te zijn – hoe anderen zich niet aanpassen. Want snappen ze dan niet dat ik kinderen heb, en moe ben en dat die lente me gestolen kan worden, met haar bloemen en haar kriebel en haar lammeren en zon. Ik heb kinderen en mijn baas die is een eikel en niemand gaat voor me uit de weg. Regels lijken wel van staal en de auto’s rijden langzaam.

Het is lente en we komen samen, vieren vruchtbaarheid en klagen

Want het is lente en men voelt het, de druk om te genieten. De straten zuigen je naar buiten, je huis voelt als een zak vol stof. Binnen zitten is niet-meedoen, nee daar buiten, daar gebeurt het. In de parken, aan de tafels, tussen de gezichten, dicht bij elkaar.

Het is lente en we komen samen, vieren vruchtbaarheid en klagen. Klagen samen over zomers, die er toch nog echt niet zijn. Balen van te koude kleren, van de wielen over stenen, vieze kinderhanden en de fietsen op de stoep. Want het is lente en we voelen, dat verandering gaat komen en zoals elke norse winter lijkt verandering iets slechts. Al staat alles op een knappen en is alleen iets anders nog je redding, blijft je lijf de angsten voelen als het onbekend bedaart.

Het staat zwaaiend op de hoek, met een glimlach om de schenen, zet voorzichtjes stapjes over stenen naar je toe. Je deinst zachtjes achterover, maar met een weten dat het schijn is, dat je samen danst naar buiten, dat je danst naar onbekendheid toe.

[pullquote]De lucht maakt tintels in je lichaam en je voelt het nieuwe stromen, al door bekend gebied[/pullquote]

Je wilt erkenning voor verleden, dat die winter niet voor niets was, dat we echt een ander mens zijn, na de guurte en de kou. De kinderen zijn ouder, de huizen lijken kleiner, je hoofd wordt alsmaar voller, maar ergens voel je rust. Want weer een nieuwe lente, elk jaar lijkt ze weer bekender, je stribbelt minder tegen en stapt voorzichtig nog wat dichter naar haar toe. Je hand bereikt de glimlach, je vingers raken zacht de schenen, haar lach wordt als de jouwe en je ademt zacht maar heel diep in. Al is het een seconde, de lucht maakt tintels in je lichaam en je voelt het nieuwe stromen, al door bekend gebied.

Je mag het laten vallen, al het leed en alle on-moed van de winter, de traagheid en de deken, die dekte alles toe. Alles zal je vieren, zelfs de traagheid en de stofzak, zelfs de slome, zware handen en een volle, ronde buik. Je vel tussen de knopen, de koude rits aan je blote huid.

Voor we zweven in de zomer, door de lucht en door de bomen, wennen we zachtjes aan de warmte in een veel gedragen trui. De wind blaast je herinneringen verder, laat de winter zacht verdwijnen, waait je hoofd schoon door je oren en de adem door je neus. Je oogleden verder open, je neemt meer waar, maar kleiner, want de zon schijnt scherp naar binnen, maar door de spleetjes zie je veel.

Weer een nieuwe lente, de kinderen zijn ouder, het hart wordt alsmaar groter en de rust al eveneens. Steeds bekender op de wereld, steeds wat makkelijker lopen – steeds meer hoor je ertussen, maar nooit nog echt erbij. Je mag klagen als je wilt, want je leeft en dat is kiezen, maar weet dat je op een dag ook de klaagzang kennen zal.

Drink je wijn en lach de straat in, beweeg je tenen in je schoenen. Denk de mooiste toverwoorden – laat ze plakken en weer losgaan in je hoofd. Deel je liefde en je warmte, leef begeerte en vergeving, word geboren in je eigen bed, wanneer je dat maar wil. Elk moment mag je beginnen, elk moment mag je beginnen, neem een adem, voel je hart en ga leven wat je wil.

Meer lezen

Heb je dat ook? Dat onrustige gevoel dat zomer je geeft.

Reageer op artikel:
Een ode aan de lente (met een artistiek randje)
Sluiten