De echte prijs van (goedkoop) vlees is hoger dan je denkt

Dit is wat er schuil gaat achter de goedkope vleesindustrie

Veel vegetariërs of veganisten eten geen vlees omdat ze bezorgd zijn om het welzijn van de dieren, het milieu of hun eigen gezondheid – maar vlees heeft nog veel meer impact dan ‘alleen’ deze redenen. Want heb je je ooit afgevraagd hoe het kan dat vlees soms zo goedkoop is?

Illegale arbeiders in de vleesfabrieken

In de supermarkt kun je gemakkelijk een kilo kip of ander vlees kopen voor slechts een paar euro. Die prijzen zakken omdat consumenten een lage prijs verwachten, anders stappen ze zo over naar de concurrent. Maar hoe kan dat eigenlijk? In een artikel van The Washtington Post wordt duidelijk dat er wél degelijk een hoge prijs wordt betaald voor vlees – maar niet door de consument. De (illegale) arbeiders in de vleesindustrie leveren bijvoorbeeld hard en gevaarlijk werk voor een treurig laag salaris.

In Amerika gaat het zo. Om de prijzen laag te houden, nemen de fabrikanten goedkope werknemers in dienst. Dat zijn vaak illegale immigranten met een Zuid-Amerikaanse afkomst. Om de illegale werkzaamheden tegen te gaan, viel de Amerikaanse overheid onlangs slachthuizen door heel Amerika binnen en arresteerde duizenden illegale immigranten. De invallen gebeurden met grof geweld; er werden zelfs helicopters en speciale eenheden ingeschakeld om de arbeiders in busjes af te voeren en op te sluiten. Veel mensen zaten ongerust thuis te wachten of en wanneer hun man of vader weer thuis zou komen.

Dit vind je vast ook interessant: Zo kun je mensen overtuigen om minder vlees te eten (zonder belerend vingertje)

 

Van slecht inkomen naar geen inkomen

De lage arbeidskosten en de illegale bezigheden worden zo in één klap opgelost, dacht de Amerikaanse overheid. Nu moesten de eigenaren van de fabrieken de salarissen wel verhogen. Maar eigenlijk gebeurt er het tegenovergestelde: de illegale arbeiders kunnen nu helemaal niet meer aan de slag en kunnen dus hun families niet meer onderhouden. De meesten blijven daarom doorwerken in de slechte omstandigheden en gaan van slachthuis naar slachthuis om de politie te ontduiken.

Door alle slachthuizen leeg te halen, worden vooral de arbeiders gestraft en niet fabrikanten of de industrie.

Daarnaast worden de arbeiders door hun illegale status niet beschermd of verzekerd door een vakbond. Terwijl zij risicovol werk doen: het vlees in stukken snijden en verpakken voordat het in de supermarkten komt te liggen.

De vicieuze cirkel van de vleesindustrie

In de vleesindustrie ontstaat zo een vicieuze cirkel, schrijft de Amerikaanse journalist: “Amerikanen willen goedkoop vlees. Dat vereist lage inkomens van de arbeiders. Fabrikanten nemen daarom goedkope en illegale werknemers aan. Als de overheid die fabrieken vervolgens leeghaalt, hebben de Latijns-Amerikaanse gezinnen – die afhankelijk zijn van dat lage salaris – ineens geen inkomen meer. De kinderen van die gezinnen kunnen niet meer naar scholen. De werknemers  van vleesfabrieken willen gewoonweg in die fabrieken werken en proberen gewoon niet gepakt worden. Zo blijft de cirkel rond.”

Dé oplossing tegen problemen in de vleesindustrie

Maar wat is dan wél een oplossing om van deze problemen in de industrie af te komen? Door alle slachthuizen leeg te halen, worden vooral de arbeiders en hun families gestraft en niet fabrikanten of de industrie. “Het échte probleem zit hem bij de consumenten. Amerikanen, maar even goed mensen in andere werelddelen, betalen het liefst zo min mogelijk voor hun stukje vlees. En als dat stukje vlees bij de ene supermarkt duurder wordt, dan gaan ze gewoon naar een andere supermarkt”, aldus journalist Lynn Waltz.

Eerlijke prijs voor een eerlijk proces

Als alle vleeseters bereid zijn minder of geen vlees te eten en een eerlijkere prijs voor vlees te betalen, dat wordt geproduceerd in een gezondere en schonere werkomgeving, dan pas kan er een verandering komen in de vleesindustrie en het de Zuid-Amerikaanse gezinnen helpen.