Dit is voorlopig de laatste blog over mijn depressie

Afscheid, voor nu

Na vier maanden in de kliniek, ging het beter. Ik kwam langzaam uit de depressie die me maandenlang had verlamd. Het moeras van negatieve gedachten en gevoelens waarin ik vastgezogen had gezeten droogde op en ik kreeg weer een sprankje moed.

Misschien kon er toch een toekomst voor mij zijn, en was die niet zo duister als ik me in mijn meest vertwijfelde momenten had voorgesteld. Het was alsof ik voorzichtig ontwaakte uit een lange, boze droom en de dageraad van een nieuwe dag die aanbreekt weer begon te zien.

Ik wilde weg uit de kliniek. Terug naar mijn oude leven, voor zover dat er nog was.

Ik zette alles op alles. En toen ging het razendsnel. Toen de artsen en persoonlijk begeleiders zagen dat ik mijn bed uitkwam, mezelf verzorgde (geen goor gedoe meer maar elke ochtend hup douchen, deo, een schone onderbroek en tanden poetsen), weer communiceerde en dingen wilde ondernemen, herwon ik het vertrouwen.

Ik verwierf me, zoals dat heet, ‘vrijheden’. Oftewel: toestemming om de afdeling even alleen af te mogen, zonder begeleiding. De deur, die maandenlang voor mij gesloten was geweest, ging weer open. Eerst een half uurtje. Toen een uurtje. En al snel een middag, en daarna een hele dag. Als ik maar liet weten waar ik was, wat ik ging doen en met wie, en wanneer ik weer terug zou zijn. Ik liet zien dat ik weer wilde en te vertrouwen was. Dat ik ging werken aan mijn herstel.

“Welkom terug in het land der levenden,” zei een van de PB-ers die in de weken daarvoor eindeloos aan mijn bed had staan soebatten om mij in beweging te krijgen. Ik zag dat hij het meende en oprecht blij was. Net als de andere PB-ers, die ik de afgelopen maanden stuk voor stuk wel kon schieten en voor wie ik een behoorlijke pain in the ass moet zijn geweest (er waren verschillende vergaderingen geweest over wat te doen met mijn zeer, zeer, zorgwekkende geval). Ik heb ze mijn excuses aangeboden voor mijn onmogelijke gedrag. “Je was ziek,” zeiden ze. “dat hoort erbij en is niet erg. We vinden het allemaal heel fijn dat het nu beter met je gaat.” De arts knikte me bemoedigend toe toen hij zag dat ik met fris gewassen haren, mascara, blusher, een nagellakje en een wolkje parfum op ons wekelijkse gesprek verscheen.

Ik begon aan een intensief traject van wekelijkse therapie met de nieuwe psychiater van de polikliniek

Ik voelde me eindelijk weer ‘normaal’ en pakte alle dagelijkse dingen op met maar één doel: zo snel mogelijk NAAR HUIS. Met een paar weken volgde mijn ontslag. Ik mocht gaan. Dat was op 7 juni 2015, op de verjaardag van mijn overleden opa. Mijn moeder en stiefvader kwamen me halen en brachten me naar mijn eigen huis. Daar was alles er tot mijn grote opluchting nog. Precies zoals ik het had achtergelaten. Mijn woonkamer, mijn keuken, mijn vertrouwde spullen en lievelingskleren (waar ik even niet meer in paste; door de medicatie was ik 15 kilo aangekomen). Nog diezelfde nacht sliep ik, na meer dan een halfjaar, in mijn eigen bed. Dat was onbeschrijfelijk.

In de weken die volgden, kreeg ik wederom dagelijks bezoek van de dames van de IHT, de ambulante psychiatrische thuiszorg. Gelukkig hoefde ik nu niet meer verplicht met ze te wandelen. Ik begon aan een intensief traject van wekelijkse therapie met de nieuwe psychiater van de polikliniek aan wie ik vanuit de kliniek overgedragen was. Ook slikte ik de hele zomer van 2015 nog medicatie, al wilde ik mijn medicijngebruik wel zo snel mogelijk afbouwen, want ik had erge last van bijwerkingen.

De maanden na mijn ontslag stonden in het teken van het herpakken van mijn oude, vertrouwde, ‘normale’ leven. Ik herstelde het contact met mijn familie en dierbare vrienden. Omdat ik me kapot had geschaamd om opgenomen te zijn, wist bijna niemand, zelfs mijn eigen broers niet, dat ik in een psychiatrische kliniek had gezeten. Dat vertelde ik iedereen pas achteraf, toen ik mezelf eenmaal over dat enorme gevoel van schaamte heen had gezet en voor mezelf besloten had om er gewoon maar open en eerlijk over te zijn.

Ja, ik had een paar maanden in een kliniek doorgebracht, nou en, so f*cking what? Ook mijn oude werkgevers vertelde ik in grote lijnen wat er aan de hand was geweest, en eigenlijk vond ik overal begrip. Aan het eind van de zomer deed ik af en toe weer een freelance klus nadat ik aangegeven had dat ik beschikbaar was. Ik was er weer. En hoe. Het was fijn om mijn oude leven en activiteiten weer op te pakken, en iedereen in mijn omgeving was blij om me weer in goede doen te zien. Dat was bijzonder om te ervaren. Want we spreken niet altijd uit wat een ander voor ons betekent en wat het met ons doet als er iets met iemand gebeurt. Dat kreeg ik nu wel van mensen terug en de vriendschap, genegenheid, liefde en waardering die ik ontving en die uitgesproken werd, deed me veel goed.

Met dat ik mijn leven stukje bij beetje weer op orde kreeg, groeide er in mijn hoofd een plan… Ik wilde mijn ervaring met anderen delen, mijn persoonlijke verhaal aan mensen vertellen. Omdat ik denk dat ik na het doorleven van deze moeilijke en pijnlijke, maar uiteindelijk ook mooie periode iets te vertellen heb, dat anderen misschien willen horen.

Ik besloot om te gaan schrijven en… een film te gaan maken. Om het verhaal van mijn depressie te vertellen, maar vooral dat van mijn herstel. Want je kunt eruit komen. Echt. Dat is het verhaal dat ik wil vertellen. Dus startte ik ruim een jaar geleden met Diagnose Depressie. In mijn columns heb ik een deel van mijn verhaal kunnen vertellen. Daar stop ik nu mee om het verhaal van mijn herstel te vervolgen in mijn film. Dat heeft een jaar lang in mijn hoofd gerijpt, en ga ik nu vorm geven. Want mijn échte, daadwerkelijke herstel begon eigenlijk pas op het moment dat ik uit de kliniek kwam en weer thuis was.

Voor nu neem ik dus even afscheid, en wil ik jullie allemaal ontzettend bedanken voor jullie support en de ontzettend lieve en bemoedigende reacties die ik heb mogen ontvangen. Jullie horen nog van mij.

Meer lezen

Je down voelen vs. een echte depressie.