Brief aan mijn zestienjarige zelf: wat ben ik blij dat ik jou niet meer ben

Het zal nog een dikke tien jaar duren voor je echt weet wie je bent

Liefste zestienjarige Talitha, om maar meteen met de zesentwintig jaar oude deur in huis te vallen: wat ben ik blij dat ik jou niet meer ben. Toegegeven, jouw leven is een stuk makkelijker. Alles is netjes voor je geregeld en je hebt amper verplichtingen. En ik weet dat je ervan geniet. Dat je oprecht gelukkig bent met je leven.

Maar toch.

Het zal nog een dikke tien jaar duren voor je echt weet wie je bent. En unapologetically jezelf durft te zijn. Als zestienjarige denk je jezelf te kennen, maar pas in je mid-twenties begin je te ontdekken wie dat ‘ik’ precies is.

Laat me maar meteen met een concreet voorbeeld beginnen.

Een van je beste vriendinnen zal over een paar jaar uit je leven verdwijnen. Dat gebeurt sowieso wel vaker na de middelbare school. Je groeit uit elkaar of het contact verwatert. Deze specifieke relatie loopt echter om een andere reden spaak: op een dag ben je het gewoon zat, dat eeuwige drama. Zat om constant op egg shells te moeten lopen om geen tirade te krijgen omwille van banale dingen. Op een dag denk je bij wéér zo’n voorval: weet je, laat maar. Ik heb hier geen behoefte aan. En je zegt niet sorry. Je zoekt geen contact nadat ze weer eens dramatisch uit een groepchat vertrekt. En zij ook niet. And that’s that.

Diezelfde oude vriendin krijgt jaren later met het noodlot te maken. Keihard. Ze verliest een dierbare. En niet veel later opnieuw. Je bent geschokt. Je leeft mee. Vanop een afstand, weliswaar, want er is nooit meer contact geweest. Als je uiteindelijk alle moed van de wereld bijeenraapt om haar je oprechte deelneming en medeleven te mailen, krijg je een verrassend positieve reactie terug. Ze is dankbaar. Maar ook verbaasd. Zegt dat ze dit niet van je had verwacht, want de Talitha die zij kende was egoïstisch en op zichzelf gefocust.

Dat kwam aan. Best wel hard. En ik heb me er wel even heel k*t door gevoeld. Want was ik zo’n slechte vriendin dan? Een slecht mens? Bén ik nu nog steeds zo? Uiteindelijk heb ik het weten te relativeren. Jij, zestienjarige zelf, bent namelijk een puber. En ik kan nu wel wensen dat jij je minder door je emoties zou laten leiden en wat meer zou relativeren en empathisch proberen te zijn. Tuurlijk. Maar da’s bullshit. Het is ook gewoon eigen aan pubers om voornamelijk op zichzelf gefocust te zijn. Om allesoverheersende emoties te hebben die al je handelingen bepalen. Om absoluut niet te kunnen relativeren. Zo zitten puberbreinen nu eenmaal in elkaar. Twintigers die beweren dat zij niet zo waren, liegen. Tegen anderen en tegen zichzelf.

Dus nee, sorry, ik voel me er eigenlijk niet slecht over. Be yourself, puber Talitha. Be your awful self, soms, want ook daaruit leer je. Om later de persoon te kunnen worden die vanuit het niets, zonder persoonlijk gewin, op eigen risico, toenadering zoekt tot een oude vriendin in pain, gewoon omdat je die pijn een beetje wil verlichten.

Ook al vond je het doodeng. Ook al vergde het kwetsbare eerlijkheid. En jezelf openstellen. It was the right thing to do.

En dat is een van de belangrijkste dingen die je in je mid-twenties zal leren: kwetsbaar durven zijn. Je bent er op je zesentwintigste nog niet helemaal, maar je snapt wel hoe belangrijk het is. En hoe moeilijk, voor jou. Want wat ben je stoer, zestienjarige zelf. Er is een dikke muur om je heen gebouwd, niet om mensen buiten te houden, maar om je eigen ware zelf binnen te houden. Om al je emoties, onzekerheden en angsten op te sluiten. Die zijn privé. Die mag de wereld nooit zien. Jij bent namelijk zelfverzekerd, assertief, eigenwijs, luid en onverschillig. Dat laatste, vooral. Niks raakt je.

Sure.

Wat een leugen. Alsof iemand dat ooit geloofd heeft. Maar goed, die attitude sleep je nog steeds mee. Stukje bij beetje brokkel je ‘m af, maar het blijft lastig. Om een situatie aan te kaarten en ook werkelijk te zeggen: ik voel me door jou gekwetst, dit heeft me geraakt. Om te laten zien dat je om iemand geeft. Om onzekerheden te delen met de wereld. Om sorry te zeggen. Om kritiek te slikken en fouten toe te geven. Om simpelweg terug te keren als je de verkeerde richting bent uitgelopen op straat, zonder meteen naar je telefoon te graaien om te doen alsof iemand je net belt om te zeggen dat je even terug moet keren.

Because seriously, who f*cking cares?

Niemand. Want ook deze tegeltjeswijsheid kan ik je inmiddels meegeven, puberzelf: niemand anders denkt zoveel na over jou als jijzelf. Andere mensen zijn totaal niet zo hard gefocust op jou als je zelf steeds denkt, want newsflash: ook zij zijn vooral met zichzelf bezig. Er staan geen constante spotlights op al je fouten en flaws gericht, op elke misstap of gênante vertoning. So chill out.

Want alles gaat prima. You’re doing great. Oké, het zou top zijn als je af en toe eens wat vriendelijker zou kunnen zijn, of iets harder je best zou doen op school, en for the love of god gooi die lelijke grijze trui met doodskopjes eindelijk eens weg. Maar verder: great.

Daarom volgende keer in deel 2: dingen die ik wél heel tof vind aan je, zestienjarige zelf.

Meer lezen

Confessions of a skinny bitch: Waarom thin-shaming ook niet oké is.