Redactie
Redactie Column 6 feb 2019

Als Boeddha op de Zuidas

Veel reizigers zeggen dat ze aan de ‘University of Life’ hebben gestudeerd en vertellen dan ronduit over de bijbehorende levenslessen die niet uit een boekje komen, maar wel veel impact hebben gemaakt. Een voorbeeld: mensen die niets hebben zijn misschien wel gelukkiger dan wij, die gebukt gaan onder het juk van overvloed. Wij moeten altijd van alles; en zij, mensen die niets hebben, die hoeven dus ook niets.

Ik denk aan deze tegeltjeswijsheid, wanneer ik de zon achter de gebouwen van de Zuidas zie verdwijnen. De wolken geven de babyblauwe lucht een magenta-paarse gloed, het schitterende kleurenspel wordt afgetopt met een felgele gloed. Ik sta bij het koffiezetapparaat van mijn kantoor en wijs mijn schrijversvriendin op de kleuren. Ze reageert laconiek. Normaal is zij juist van het zweverige soort. Nu ben ik degene aandringt: “maar kijk dan, dat is toch sick. Ik heb het idee dat de zonsondergangen de laatste tijd mooier zijn geworden.” Ze antwoordt cynisch: “Ja klopt, zoiets hoorde ik al op de radio, heel mooi. Heb jij je koffie al?”

De zoveelste zonsondergang

Het is goed om je bewust te worden van deze schoonheid, meer waardering te hebben voor de mooie dingen in de natuur. Op deze grimmige plek lijkt dat vaak lastig, maar op sommige plekken kom je er niet onderuit. En zelfs dan zijn er mensen die er niets mee hebben. Ik was in Bandipur, een heel mooi Nepalees dorpje op een berg waar geen enkel motorvoertuig kon komen. De reisgidsen zouden het vast en zeker authentiek noemen. Vanaf Bandipur is er nog een heuvel met één van de mooiste zonsondergangen die je ooit zult zien. Samen met een Zweedse jongen die ik in het guesthouse had ontmoet, beklom ik de heuvel. Hij vertelde onderweg dat hij al twee jaar aan het reizen was en enorm veel had gezien, vooral van Thailand.

5 wijsheden van de Boeddha waar je vandaag iets aan hebt

Boven op de heuvel namen we plaats op een rots die speciaal leek gemaakt om als twee Boeddhistische monniken een uur in kleermakerszit te zitten. Een schitterend panorama van rijstplantages, bananenbomen (denk ik), een paar kleine dorpjes in het dal en in de verte de uitgestrekte toppen van het Himalaya-gebergte.

Toen de zon de eerste beetjes van de rafelige horizon betrad, kleurde de besneeuwde bergtoppen goudgeel. Ik keek gelukzalig naar de kleuren, genoot van de goddelijke vergezichten. Maar mijn nieuwe vriend – als je reist ben je bij de eerste ontmoeting meteen beste vrienden tot de wegen weer scheiden – zei doodleuk: “nou ik geloof het wel, ik ga eten.” Hij stond op om naar beneden te lopen.

Verlangen naar vrijheid en schoonheid

Het was alsof hij me uit een droom trok. “Waarom wacht je niet even tot de zon onder is?” antwoordde ik. Hij keek me verveeld aan: “ik heb al zoveel mooie zonsondergangen gezien, het boeit me niet zoveel meer.” Nou zijn Zweden misschien sowieso een beetje uitgekeken op zonsondergangen, toch voelde ik me aangevallen. Ik zat daar lekker te genieten als een Zen Boeddha en hij verstoorde dat abrupt met zijn cynisme. Ik zei hem: “Als ik met een bloedmooi meisje op date ben, en het is gezellig, er wordt veel gelachen, daarna gaat ze met me mee naar huis, we zijn gepassioneerd aan het zoenen en al zoenend en struikelend over onze afgezakte broeken belanden we op bed, dan ga ik toch ook niet zeggen: ‘ja, sorry, ik heb al zoveel goede seks gehad in mijn leven, ik denk niet dat dit nog iets gaat toevoegen. Welterusten.’”

Hij moet ergens mijn punt hebben gesnapt. Met grote tegenzin kwam hij weer naast me zitten en wachtte als een verveelde puber die van tafel wil om te gamen tot de zon onder was. Ik vertelde mezelf dat ik direct naar huis moest als ik ooit zo zou worden, dan zou het weer tijd zijn om aan een bureau te zitten en mijmerend onder tl-buizen naar buiten te kijken. Nu, hier, vanuit mijn kantoor in de culturele broedplaats op de Zuidas verlang ik weer naar de vrijheid en schoonheid van de natuur en probeer ik erbij stil te staan, wanneer die schoonheid op een zilveren schaaltje wordt aangediend. Zo kom je de grauwe dagen wel door.

Willem Dieleman reisde twee en een half jaar van West- Azië naar Australië. Onderweg maakte hij pannenkoeken om positieve vibes te verspreiden. Nu hij terug is, probeert hij met man en macht de mooie ervaringen en levenslessen van zijn reis vast te houden, terwijl er ook geld verdiend moet worden. Hij schreef het boek Pancake Adventures. Hoe ik pannenkoeken aan de wereld gaf en wat ik ervoor terugkreeg en is nu bezig met zijn nieuwe boek over terugkomen en aarden.

Bedrock Travel

Het is tijd voor een nieuwsbrief die je verder brengt (+ ontvang een mindful kleurplaat)

Schrijf je in en ontvang gratis de Bedrock kleurplaat!

Reageer op artikel:
Als Boeddha op de Zuidas
Sluiten