Blowen ongevaarlijk? Souf was mijn psychotische buurman in de kliniek

Bregtje Knaap 28 mrt 2017 Mind

In de tweede week dat ik in de kliniek zat, kreeg ik een nieuwe buurman: Souf (niet zijn echte naam). Hij zat in de kamer naast de mijne. Souf kwam uit Irak. Hij was halverwege de twintig en niet onaantrekkelijk, zij het dat hij wat overgewicht had. Zijn ogen waren zwartbruin met lange krullende wimpers, zijn haar was kort. Hij had een stoute kop met twinkelende ogen en een gulle lach.

Zijn eerste avond op de Medium Care – hij had daarvoor op de High Care gezeten – kwam hij zachtjes aan mijn deur kloppen. Ik hoorde aan de manier van kloppen dat dit niet iemand van de verpleging was, dus deed open.
“Sorry dat ik je stoor,” zei hij. “Maar ik wil je wat vragen. Ik ben echt gestressed. Ik voel me heel nerveus. Het helpt als ik bij een vrouw ben – dan word ik rustig. En jij bent een vrouw. Ik wil je vragen of je bij me komt zitten en met mij wilt kleuren zodat ik rustig kan worden.”

Zo’n onconventioneel verzoek kon ik niet weigeren. “Oké,” zei ik en sjokte achter hem aan naar de crea-ruimte, waar hij twee kleurplaten uitzocht, met vlinders en bloemen. “Kleur jij er één voor mij, dan kleur ik er één voor jou. En dan schrijven we er voor elkaar een mooie boodschap op en hangen die op onze kamer.”

“Oké,” zei ik en begon te kleuren.

De avond daarop kwam hij weer aan mijn deur kloppen. “Ik ben weer onrustig,” zei hij. “Wil jij misschien mijn rug met olie insmeren, dat kalmeert me.” Wederom kon ik zijn onconventionele, zij het wel wat ongepaste verzoek niet weigeren.

Toen hij met ontblote rug op het ziekenhuisbed in mijn kamer lag, zei hij: “Weet je waar ik pas echt rustig van word? Als ik sex met je kan hebben. Ik wil graag met je naar bed. Mag het?”

Ik schoot in de lach en zei: “Nou nee hoor, dat gaan we echt niet doen. Het lijkt me dat je maar weer naar je kamer moet.”

“Oké,” zei hij.

De volgende avond kwam hij weer op mijn deur kloppen. “Nee,” zei ik, “ik ga je rug niet meer insmeren. We kunnen gaan kleuren.”

[pullquote]Hij praatte voortdurend over Jezus en Allah. Aan tafel zong hij zowel Christelijke als Islamitische gebeden[/pullquote]

Toen we even later over onze kleurplaten gebogen zaten, zei hij: “Jij bent een goede vrouw. Ja. Want ik heb gisteren geprobeerd om je te verleiden, maar dat is me niet gelukt. Dus jij bent een goede, eerbare vrouw.”

Souf was zwaar psychotisch. Hij praatte voortdurend over Jezus en Allah. Aan tafel zong hij zowel Christelijke als Islamitische gebeden. Hij kwam in de maanden dat ik in de kliniek zat geregeld op mijn deur kloppen. “Jij voelt je echt heel rot hè?” zei hij dan. “Want je ligt alleen maar in je bed en je komt er niet uit. Jij bent echt depressief. Waarom ga je niet mee naar de sport? Ga nou mee!”

Ik vond hem sympathiek. Al had hij zware psychoses en, naar ik begreep, ook wel eens agressieproblemen, tegen mij was hij altijd vriendelijk. Ik vroeg me af hoe hij zo geworden was. Het antwoord: drugs. Blowen en meer, waardoor hij in een ernstige psychose was geraakt.

Zoals Souf waren er meer jongens in de kliniek. Schrikbarend veel, eigenlijk. Allemaal jong nog: begin/halverwege de twintig. Veel van hen met een migrantenachtergrond en stuk voor stuk met drugsgerelateerde psychiatrische problemen. Dat vond ik echt heel shocking.

Een aantal mensen in de kliniek had, naast psychische problemen, ook een vorm van verslavingsproblematiek

Jongens, die denk ik op de een of andere manier buiten de boot vielen. Misschien hadden ze problemen thuis, of in de maatschappij. Waardoor ze naar drugs grepen. Want wat doe je als je pijn vanbinnen voelt en die niet wilt voelen? Dan wil je die verdoven. Met sigaretten of alcohol. Met wiet. Met drugs. Een aantal mensen in de kliniek had, naast psychische problemen, ook een vorm van verslavingsproblematiek. Die twee gaan vaak samen. Of de psychiatrische problemen er eerder zijn, of dat ze het gevolg van drugsgebruik zijn, weet ik niet. Maar wat jongens als Souf, en mensen in het algemeen, zich denk ik veel te vaak niet beseffen, is dat blowen, pillen en andere drugs psychoses kunnen triggeren.

En als je, om wat voor reden dan ook, eenmaal op dat punt bent beland, zie dan nog maar eens terug te keren naar je ‘gezonde geest’. Dat is een lange weg.

Souf was ruim drie maanden mijn buurman. Een week of drie voordat ik de kliniek uit mocht, kreeg hij zijn ontslag. Maar om nou te zeggen dat hij ‘genezen’ was? Hij was dan wat ‘gestabiliseerd’ zoals dat heet, maar praatte nog steeds voortdurend over Allah en Jezus, zong nog steeds luid gebeden aan tafel.

Worden zulke jongens echt beter, of blijven ze voor de rest van hun leven zo, en gaan ze in en uit de psychiatrie? Dat is iets wat ik me afvraag. Hoe moeten zulke jongens zich in godsnaam redden in de maatschappij? Souf droomde ervan om op een dag rij-instructeur te worden, maar daartoe was hij totaal niet in staat op het moment dat hij uit de kliniek kwam.

Ik denk nog wel eens aan hem, en aan de andere jongens die ik in de kliniek zag. Er waren er twee, die zo ver heen waren dat ze waarschijnlijk voor de rest van hun leven in een instelling of begeleid zouden moeten wonen. Daar kan ik echt om janken. Die jongens waren pas begin twintig, met nog een heel leven voor zich. Zie je het al voor je? What a total waste of human potential.

Daarom mogen al die k*t koffieshops van mij gisteren dicht.

Meer lezen

Hoe mijn depressie leidde tot zelfverwaarlozing.

Reageer op artikel:
Blowen ongevaarlijk? Souf was mijn psychotische buurman in de kliniek
Sluiten