Waarom het oké is om je kinderachtig te gedragen

Wat we kunnen leren van kinderen én van het kind in onszelf

We moeten niet zo kinderachtig doen. Tenminste dat leren we. Beter reageren we niet te emotioneel, zijn we serieus en houden we onze fantasieën binnen de perken. Want dan schop je het ver in het volwassen leven. Toch? Er zijn psychologen en spiritual teachers die daar totaal anders over denken. Sterker nog, we kunnen juist heel veel leren van het gedrag van kinderen en van het kind in onszelf. Of het nou een ‘aanstellerige reactie’ is, het leven in een fantastiewereld of oordeelvrij handelen.

“Tot voor kort dachten we dat baby’s en jonge kinderen irrationeel, egocentrisch en amoreel waren. Vandaag de dag weten we, dankzij onderzoek van onder meer psychologen, dat ze meer fantasie hebben, nieuwsgieriger en bewuster zijn dan we voor mogelijk hielden. Je kunt zelfs ook stellen dat ze gewetensvoller zijn dan volwassenen.” Dat zegt Alison Gopnik, filosoof en hoogleraar ontwikkelingspsychologie aan de University of California in Berkeley (VS) in Filosofie Magazine.

Gopnik schreef de boeken ‘De Kleine Filosoof’, ‘De Opvoedparadox’ en werkte mee aan de prachtige documentaire ‘The Beginning of Life’. Haar visie? Kinderen – en dan met name de allerkleinsten – kijken anders naar de wereld. Ze hebben het allergrootste vermogen om te leren en gaan als een soort wetenschappers op onderzoek uit. Baby’s en peuters zijn zich meer bewust van hun omgeving dan wij, en zijn bovendien een stuk bedachtzamer, slimmer én alerter.

Hoe dat kan? We zijn als volwassen veel teveel occupied met ratio, theorieën en conditioneringen: “Als we ouder worden, houden we meer vast aan wat we al weten of denken te weten. Een van de experimenten die mijn collega’s en ik hebben gedaan, laat zien dat kinderen beter in staat zijn te leren, omdat ze minder weten. We gaven aan vierjarigen en aan volwassenen speelgoed dat op een ongebruikelijke manier werkte. [..] De vierjarigen hadden eerder door hoe het speelgoed werkte dan de volwassenen, omdat ze meer geneigd waren om een ‘theorie’ bij te stellen op basis van hun waarnemingen,” vertelt de psychologe aan Filosofie Magazine.

Open staan

Ha, ja. We kunnen onszelf dus flink in de weg zitten als het gaat om vindingrijkheid, creativiteit en flexibiliteit. En wat dat betreft valt er dus veel te leren van kleine kinderen. Want zij kijken met een veel bredere, meer open blik naar hun omgeving. Ze focussen niet op een een ding en oordelen van nature niet in goed of slecht. Bovendien leven kinderen zich bij elk spelletje dat ze spelen of elke uitdaging die ze tegenkomen weer opnieuw in.

Overduidelijk werkt dat voor hen heel goed. Want kinderen ontdekken, ontwikkelen en leren razendsnel en zijn creatiever dan de meest bekroonde reclamejongens. We zouden er goed aan doen om af en toe die brede, kinderlijke kijk op de wereld terug te vinden. Door dingen te doen buiten onze comfort zone, niet mee te gaan met de stroom en vragen te stellen bij alles wat we geleerd hebben. Door principes en gewoontes overboord te gooien. “Om te leren moeten we geloven dat wat we nu denken toch net iets anders zou kunnen zijn en ons verbeelden hoe een andere wereld eruitziet,” zegt Gopnik.

Misschien het tijd om dingen anders te doen. Om ons eens wat vaker kinderachtig te gedragen. De vraag stellen: zou de wereld ook anders in elkaar kunnen zitten? Kunnen we ons inbeelden dat onze waarheid misschien niet de enige is? Om te leren van de zienswijze van kinderen, maar ook van wat het kind in onszelf vertelt.

Contact maken

Contact maken met dat kind, dat nog steeds die onder al die aangeleerde wijsheid, oordelen en verklaringen zit, kan je helpen om je vrijer te voelen, om blijer te zijn en misschien zelfs wel meer geluk te ervaren. En daarnaast kan het je leren omgaan met eventuele blokkades die je ervaart.

Veel ergernissen of emoties die we nu ervaren, zijn namelijk ontstaan uit (soms kleine, soms grote) jeugdtrauma’s, vertelde psycholoog en meditatiecoach Marnix van Rossum ons eerder. Diepe overtuigingen die onze identiteit nu bepalen, ontstaan meestal in onze kindertijd. Door de dialoog aan te gaan met dat kind, kun je veel van je gedrag en gevoel leren begrijpen en bovendien herstellen.

Het verleden kunnen we niet veranderen, maar onze beleving ervan wel. En daarmee ook onze levens nu. Door de gevoelens van dat innerlijke kind opnieuw en werkelijk te voelen kun je het de aandacht geven die het gemist heeft. En bovendien kun je je erdoor laten leiden. Waar je vroeger misschien leerde dat dingen niet mochten of niet goed waren, vind je nu – met je eigen kijk op de wereld – misschien dat het wél oké is.

Hoewel kinderachtig doen misschien niet lijkt te rijmen met een serieus volwassen leven, kan het ons verder brengen dan we denken. Marnix: “Werken met je innerlijk kind heeft alles te maken met liefdevol, zorgzaam en vol compassie zijn voor jezelf. Zoals je dat ook zou doen voor een klein kind. In de huidige prestatiecultuur, waarin we veel druk ervaren, lijkt dit meer nodig dan ooit.”

Meer Bedrock?

Zo praat je met je innerlijk kind