Helaas generatie Y, we kunnen tóch niet alles hebben

We moeten niet meer willen in minder tijd, maar gewoon minder willen

Soms komen wijze levenslessen uit onverwachte hoek. Zo zie ik Mick Jagger niet direct als rolmodel, maar sloeg hij met de zin ‘You can’t always get what you want’ wél precies de spijker op de kop.

Wie een beetje heeft opgelet bij economie vroeger (of goed kan Wikipedia-en) weet wat het concept van ‘opportuniteitskosten’ inhoudt. Kort gezegd komt het erop neer dat alles wat we doen iets kost. Bijvoorbeeld: als je een uur met iemand luncht en de ander betaalt, heb je de waarde van die lunch ‘verdiend’, maar het heeft je ook iets gekost. Namelijk: de waarde van alle andere dingen die je in dat uur had kunnen doen.

In de huidige prestatiecultuur wordt opgekeken naar mensen die ergens in uitblinken (en daar heel rijk mee worden). We kijken vol bewondering naar piepjonge CEO’s en dromen weg bij foto’s van celebrity’s op gigantische jachten in Cannes. Maar wat we vaak vergeten (of gewoon niet zien) zijn alle dingen die het die uitblinkers heeft gekost.

Tesla en SpaceX-eigenaar Elon Musk heeft net zo veel vijanden als fans en zag zijn huwelijk met Talulah Riley tot twee keer toe op de klippen lopen. Bill Gates had jarenlang geen sociaal leven, sliep vijf nachten per week in zijn Microsoft-kantoor en was al bijna veertig toen hij trouwde. Wie de film ‘Jobs’ (2013) heeft gezien, weet dat de oprichter van Apple een klootzak van een vader was voor zijn eerste dochter. Celebrity’s als Brad Pitt en Winona Ryder hebben toegegeven last te hebben gehad van depressie en paniekaanvallen door de sociale isolatie die hun extreme roem met zich meebrengt.

Wie uitzonderlijke dingen wil doen, zal altijd moeten inleveren op andere punten, zelfs als niet meteen superduidelijk is wat het offer dan is.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

We hebben 20.000 mogelijkheden (en keuzes) om elk uur van ons leven mee te spenderen. Automatisch levert dat dus per uur ook 19.999 gemiste kansen op. Dat vinden we moeilijk. Het lukt ons zelden om al onze tijd en energie in één ding te stoppen zonder af en toe spijt te voelen of jezelf de ‘wat als’-vraag te stellen. Enter ‘the fear of missing out’.

Vroeger hadden mensen daar niet zo’n last van, schrijft Mark Manson, auteur van de NYTimes Bestseller ‘The subtle art of not giving a fuck’. Als je tweehonderd jaar geleden als boer werd geboren, was de kans dat je ooit iets anders zou worden zó klein dat je daar niet eens over nadacht. De boer in kwestie kon zich elke dag volledig storten op het boeren zonder ook maar een greintje FOMO te voelen. Op een vreemde manier had die boer ‘alles’, simpelweg omdat er niet zoveel te hebben was.

Een geliefd onderwerp in de media en de markt van zelfhulpboeken is: ‘de balans tussen werk en privé’. Succesvolle vrouwen (en gelukkig ook steeds vaker mannen) krijgen zo’n twintig keer per dag de vraag ‘hoe ze dat allemaal toch doen’.

De hamvraag: kán je alles hebben? Kun je een zingevende topbaan combineren met een spetterende relatie én een voorbeeldig gezinsleven én een stoere hobby zoals kitesurfen én nooit geldzorgen hebben én een strak, afgetraind lichaam hebben én ‘s avonds een biologische speltquiche in elkaar flansen terwijl je met je andere hand op je gloednieuwe iPhone 7 een voordelige bikinifoto van jezelf op Instagram zet?

Het is niet zo dat we vandaag een stuk minder goed zijn in het verdelen van onze tijd over work en play. We hebben gewoon teveel mogelijkheden voor werk en spel. En dan hebben we ook nog eens heel goed door dat keuzemogelijkheid A aan onze neus voorbijgaat als we voor B kiezen. Onze opportuniteitskosten (je weet wel, de economie-les uit het begin) zijn hoger dan ooit. En daar zijn we ons ook nog eens hyperbewust van.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Mensen die 24/7 op kantoor beunen om de jongste CEO aller tijden te worden en daardoor weinig tijd hebben om óók nog liefde te vinden via Tinder, worden bedolven onder mierzoete selfies van veel te knappe ‘kijk-ons-gelukkig-zijn’-stelletjes. Mensen die hun familie het allerbelangrijkst vinden in het leven en daardoor gaan voor een baan met minder uren en minder salaris, worden constant herinnerd aan het materiële succes van hun vrienden door een oneindige stroom aan foto’s van auto’s, tropische vakanties en diners met kreeft en liters Moët & Chandon. En iedereen die kiest voor een ondankbare maar onmisbare baan binnen de maatschappij, wordt gebombardeerd door onbenullige verhalen over de rich, famous en beautiful.

Hoe we dat probleem van ‘te veel keuze’ proberen op te lossen? Wie onlangs het aanbod van tijdmanagement-cursussen heeft gezien, snapt hoe. Door minder te slapen, door méér te doen in mínder tijd en door onze moeders alleen nog maar te bellen terwijl we op de fiets zitten van afspraak A naar afspraak B (serieus, elke persoon die je poepluiers heeft verschoond, verdient meer tijd en aandacht). Of het werkt? Mwaaah. Ik weet niet hoe het met jullie zit, maar de eerste persoon die echt gelukkig wordt van dit bomvolle schema moet ik nog tegenkomen.

Accepteren dat je niet alles kunt hebben

Misschien moeten we niet méér willen in mínder tijd, maar moeten we simpelweg mínder willen. Op die manier wordt het ook veel makkelijker om keuzes te maken en te dealen met die verrekte FOMO.

Wat vind je het allerbelangrijkst in het leven? Is dat een bankrekening met zes nullen? Prima, werk jezelf dan drie slagen in de rondte en heb er vrede mee dat een liefdevolle relatie er even niet in zit. Is een gelukkig gezinsleven je prioriteit? Accepteer dan dat die zes nullen nooit gaan lukken en voel je daar senang bij.

Zoals Mark Manson zegt: “Het probleem is niet dat we niet weten wat we willen, het probleem is dat we niet weten wat we willen opgeven”.

Meer lezen?

Duurzame liefde? Leer het gewone waarderen.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.