Dit is een brief aan mijn ex: wat ik je nog zeggen wilde

Ik weet nu hoe echte woede voelt

Ik was 20 jaar oud, zat midden in mijn studententijd en zag het niet aankomen. Jij wel. Jij zag mij staan en dacht: ‘die wil ik.’ Je liep naar me toe en zoende me. Zomaar, midden in de zaal en iederéén mocht het zien. Hierna volgden weken van je best doen, berichtjes sturen, bossen rozen laten bezorgen en nog veel vaker zoenen. Totdat je het durfde te vragen: ‘mag ik je vriendje zijn, en jij mijn vriendinnetje?’

Negen jaar later keek je me verschrikt aan en mompelde: ‘ik ben verliefd op een ander.’

We waren jong, maakten ons weinig zorgen over het leven en beschouwden elke dag als een nieuwe kans. Ik was nooit onzeker over ons, omdat álles wat je deed in het teken van mij stond. Je was de ‘perfecte’ vriend, zette mij op een voetstuk en bevestigde meermaals hoeveel je van me hield en dat je voor altijd bij me wilde blijven.

De jaren verstreken. We groeiden samen op. Deden alles samen. Toen overleed mijn vader. Dit was een zware beproeving op onze relatie. ’s Nachts lag ik weer in bed te huilen toen je me paniekerig aankeek. ‘Ik weet niet wat ik moet doen, wat ik moet zeggen en hoe ik me moet gedragen. Niets wat ik zeg of doe gaat hem terugbrengen. Ik wil zó graag je pijn verlichten, maar ik weet niet hoe.’ Je maakte je zorgen om me. Was extreem lief en geduldig. Ik denk dat hier de eerste verandering plaatsvond. We werden meer een broer en zus voor elkaar. Maar toch bleven we bij elkaar, omdat liefde overwint, toch?

Het verdriet dat jij niet meer in mijn leven was nam mijn hele bestaan over

Na vier jaar begon het bij mij te kriebelen. Is dit het wel? Kun je vanaf je twintigste voor altijd bij één persoon blijven? Ik twijfelde. Toen ik voor een half jaar naar Florida vertrok om te studeren besloot ik er een punt achter te zetten. Er ging een wereld voor me open. Ik kreeg enorm veel aandacht van andere mannen. Ik was keihard en vergat je bijna. Totdat ik terugkwam en opeens doorhad wat ik had gedaan.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Het verdriet dat jij niet meer in mijn leven was nam mijn hele bestaan over. Jij was duidelijk. Je had in het half jaar dat ik weg was je hele leven omgegooid. Twintig kilo lichter en meerdere sporthobby’s rijker was je een ander mens geworden. Jij had mij niet meer nodig, ik had al teveel kapot gemaakt.

"Het keurslijf van wat ‘hoort’ volgens de maatschappij paste ons perfect. Maar dat bleek niet genoeg."

Toen, bijna een jaar, en veel tranen, later bedacht jij je opeens. Je miste me nog steeds en wilde het weer proberen. We gingen er helemaal voor. Ik besloot dat ik je nooit meer zou laten gaan en dat ik de fouten die ik had gemaakt recht ging zetten. We gingen samenwonen. Daarna kochten we een huis. Het keurslijf van wat ‘hoort’ volgens de maatschappij paste ons perfect. Maar dat bleek niet genoeg.

Je ging van het ene cliché over in het andere. Het brave huisje-boompje-beestje zette je opzij om vreemd te gaan met je collega, in het ziekenhuis. Als knappe chirurg in spé was je een populaire jongen. En daar was zij, een gewillige collega die, net als jij negen jaar daarvoor, dacht: ‘die wil ik.’ Opeens had je heel vaak nachtdienst. Het was haar dus gelukt.

Je raakte al snel verstrengeld in je eigen leugens. Ik had meteen door dat er iets niet klopte, maar kreeg naar mijn hoofd geslingerd dat ik achterdochtig was en dingen zag die er niet waren. Ik ging aan mezelf twijfelen. Word ik na al die jaren nu die vervelende vriendin die loopt te zeuren om helemaal niets? Ik voelde me schuldig. Dat ik zo’n naar mens was geworden dat jou niet vertrouwde.

Na een maand was ik er klaar mee. We zouden op vakantie gaan, maar ik wilde niet meer. Niet met iemand die mij het gevoel gaf dat ik als mens niet deugde. Wat ik voelde speelde zich toch niet alleen in mijn hoofd af? Maar ik bleek een trouwe hond te zijn en ging regelrecht tegen mijn gevoel in. We gingen samen op vakantie. Het waren de drie ongelukkigste weken van mijn leven. Je loog. En loog. En loog. Altijd op zoek naar wifi, om met haar in contact te komen. Ik dacht toen nog steeds dat het aan mij lag. Jij zorgde ervoor dat ik geloofde dat er iets fundamenteel mis met mij was. Ik was niet goed genoeg. Zo kon jij je leugens in stand houden.

Op de dag dat we terugkwamen van vakantie moest je onverhoopt de nachtdienst van een collega overnemen. Toen wist ik nog niet dat de desbetreffende collega de gewillige collega was. Ik moedigde je nog aan om de dienst over te nemen, omdat ik wilde laten zien dat ik wel deugde als mens, dat ik wel makkelijk en flexibel was. Niet die zeurende vriendin. En daar ging je, zonder schuldgevoel, je ‘nachtdienst’ in. En lag ik weer huilend alleen in ons bed.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Toen kwam de bekentenis. Een week daarna. Op een feestje. Je was extreem dronken en negeerde me compleet. Ik bestond niet meer in jouw wereld. Ik heb dat hele feestje huilend op de wc doorgebracht. Mijn god, wat heb ik me toen eenzaam gevoeld. Een vriendin vroeg aan je waar je in godsnaam mee bezig was, dat je me zo kon kwetsen en dat het je niet kon schelen. Toen vertelde je het aan haar, nog voordat je het aan mij vertelde.

Zo laf.

Je was verliefd, dacht je.

De volgende ochtend mocht ik eindelijk de waarheid weten. Ik zie je nog zitten, de kwelling van zelfmedelijden op je gezicht. De adrenaline die vervolgens door mijn lichaam gierde is iets wat ik nog nooit heb meegemaakt. Ik heb toen voor het eerst gevoeld wat echte woede is. Het is ook het meest scherp dat ik ooit in mijn leven ben geweest. Ik voelde de oerkracht vanuit mijn tenen komen. Ik wist binnen één seconde dat ik je nooit meer kon vertrouwen, dat het over was en dat ik je nooit meer hoefde te zien. Al die weken dat je mijn zelfwaarde beetje bij beetje hebt laten wegbrokkelen vielen samen. Al die leugens en verraad vormden zich in mijn keel om tot walging.

Ik walgde van je.

Je schrok van me. Ging op de grond zitten en deed je handen voor je gezicht. Over de consequenties had je niet nagedacht, je zat op die roze wolk als een tutje te dobberen en hebt geen ene seconde nagedacht over wat je al die tijd met mij hebt gedaan. Ik riep dat ik je nooit meer wilde zien, en jij gehoorde. Je pakte je spullen, gooide de deur achter je dicht en dat was het. Negen jaar en toen was het over.

The end.

Inmiddels zijn de tranen gedroogd, de haat en woede verzacht en heb ik vrede met hoe het is gelopen. De rust is wedergekeerd. Daarom wil ik je bedanken. Je kunt het leven niet plannen. Alles is veranderlijk en niets is zeker (nee, echt niet). Maar één ding weet ik nu wél zeker, dankzij jou: ik weet nu dat mijn gevoel altijd klopt. Je hebt ervoor gezorgd dat ik eerst naar mezelf luister en nooit meer regelrecht tegen mijn gevoel in ga. Dat er maar één iemand is op deze aardbodem die ik blindelings kan vertrouwen.

En dat ben ik.

De Bedrock-redactie schrijft brieven aan de ex die hun leven veranderde. Om – ondanks liefdesverdriet, wrok of stille hoop dat het nog goed komt – hen te bedanken voor de levensles die ze leerden van de relatie of de break-up. Je leest hier de eerste brief aan een ex.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.