Hoe je een socialer mens wordt door een tijdje in het buitenland te wonen

Je leert weer nieuwe sociale gewoontes aan die je kunt toepassen in Nederland

Praten met je handen, lunches die geen einde kennen en het principe ‘invitar es paar’. Journalist Anouk Mentink keert na een klein jaar in Spanje terug als een socialer mens.

Voordat mijn vriend Marc en ik vorig jaar december vertrokken stond ik niet lang stil bij het verschil tussen de Nederlandse en Spaanse omgangsvormen. In het buitenland staan Nederlanders misschien bekend als bot en kil, maar die reputatie is mij in mijn eigen omgeving vreemd. Ik word omringd door attente familie en vrienden, heb onverwachte gesprekken op straat en krijg hulp van mensen van wie ik dat niet verwacht. Oftewel, de overgang van Den Haag naar Pamplona – de sociaal warme kant van Europa – leek me niet zo groot.

Drie dagen na aankomst kwam ik al op die gedachte terug. Op Tweede Kerstdag – die in Spanje niet officieel wordt gevierd – kregen we onze eerste sociale uitglijder cadeau. Een contact van de lokale universiteit nodigde ons uit voor een kerstconcert op straat. Daarna zouden we met haar en haar man voor een lunch naar het stadscentrum gaan. Toen we de afspraak maakten wisten we nog niet dat we die dag een bonkende kater zouden hebben en al helemaal niet dat onze verkeerd geparkeerde camper – volgestouwd met spullen die nog verhuisd moesten worden – zou worden weggesleept.

Door de hoofdpijn was ik die ochtend in een lichtgeraakte bui, die niet verbeterde toen we spullen uit ons busje gingen halen. Alleen een oranje sticker met het adres van het Paleis van Justitie en ons kenteken op de stoep verraadde dat onze kameraad hier had gestaan. Ophalen wilden we ‘m, maar eerst moesten we naar het concert. Na een uur was onze kennis uitgezongen en zeiden we tegen haar man: ‘Weet je wat, wij halen onze camper uit het depot, dan zien we elkaar zo wel in de stad.’ Waarop hij zijn vrouw onmiddellijk bij zich riep en zei: ‘Wij gaan mee.’ Terwijl zij daar overduidelijk geen zin in had. Protest, van zowel onze kant als die van haar, had geen zin. Dit gingen we samen regelen.

Vaak komt het uit een goed hart, net als de behoefte om dicht bij elkaar te zijn

In Spanje doe je bijna niets alleen. Iedereen helpt elkaar, ook als het niet nodig is. Ben je beroofd van je tas? Dan gaat de hele buurt mee naar het politiebureau. Maak je trouwfoto’s op een ‘onogenlijke’ plek? Dan word je vriendelijk doorverwezen naar het dichtstbijzijnde prieel. Kan je borstcrawl beter? Dan vertelt een opa in het zwembad hoe het moet. Dat is wennen. Enerzijds omdat weinig mensen in Nederland geboeid lijken door hetgeen ik met mijn leven doe. Anderzijds omdat ik graag zelfstandig ben en aangeef wanneer ik hulp nodig heb.

Vaak komt het uit een goed hart, net als de behoefte om dicht bij elkaar te zijn. Vlakbij ons huis ligt een middelgroot plein met bankjes, waar ik regelmatig aan mijn artikelen werk. Ik wist dat Spanjaarden aanhalig zijn, maar keek toch op toen een oude dame uit de vijftien lege bankjes de mijne koos, dicht tegen me aanschoof, met één hand op mijn knie. ‘Ze zal me toch niet willen beroven?,’ schoot het even door me heen, maar nee. De vrouw wilde nabijheid, samenzijn. Marc maakte een soortgelijke situatie mee op zijn werk. Een collega nam afscheid en het afdelingshoofd gaf een speech. Intussen liet hij zijn hand rusten op Marc’s arm, vijf minuten lang.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Inmiddels kan ik zeggen dat ik die aanhaligheid prettig vind. Voorheen knuffelde ik alleen met mijn partner, maar met ouders en vrienden liever niet. Als ik mijn vader en moeder nu zie dan omhels ik ze graag, zonder dat ik me oncomfortabel voel. Ook de meeste mensen met wie ik praat raak ik kort even aan, op de kop van de schouder of aan hun elleboog. Het contact lijkt bewuster en bovenal persoonlijker. Of ons gedrag in Nederland als prettig wordt ervaren weet ik niet. Een paar weken geleden waren we even terug en stond Marc uit gewoonte dicht op een jongen die pinde in de supermarkt. ‘Eh,’ kuchte die gast. ‘Mag ik een beetje privacy?’

Die kleine persoonlijke beweegruimte komt ook terug in de sociale afspraken die je in Spanje met elkaar hebt. In Nederland kun je anderhalf uur naar een verjaardag gaan en jezelf excuseren omdat je iets anders hebt of geen zin om te blijven. In Pamplona kan dat niet. Op een warme zaterdag in juli wilden we gaan zwemmen na de lunch. Wijzend op onze badtassen vroegen onze vrienden: ‘Wat gaan jullie daarmee doen? Zwemmen? Ja hoor, dat doen jullie nooit. En inderdaad, zeven uur later na een aperitief, drie gangen met wijn en gin tonic, gingen we het zwembad nooit meer halen.

Onze Spaanse vrienden zijn trots en willen ons al hun gebruiken laten zien. De Spanjaarden die ik ken leven volgens het principe ‘invitar es pagar’, uitnodigen is betalen. Zo werden we voor de eerste dag tijdens het jaarlijkse heiligenfeest San Fermín uitgenodigd door onze huisbaas in de stad. Om negen uur ’s morgens werden we getrakteerd op drie borden eten – goede bodem, aldus de huisbaas – en champagne, dertien uur later gooiden we vrolijk en zonder één cent te hebben uitgegeven de handdoek in de ring. Elke poging een biertje voor hem te halen werd bestraft met een kwade blik. Een gulheid die in Nederland ook niet zou misstaan, om je vrienden eens goed in de watten te leggen. Dit gebruik nemen we mee. En onze huisbaas? Die nodigen we volgende week uit voor een etentje.

Meer lezen

Wanneer verhuizen naar het buitenland ook moeilijke momenten met zich meebrengt.