Niks hielp meer, ik móest hulp zoeken

Het moment dat ik niet meer uit mijn bed kwam

Mijn strategieën om mijzelf staande te houden, hielden me op den duur niet meer overeind. De depressie nam de overhand en er kwam een punt waarop ik toch echt hulp van anderen moest gaan accepteren.

Dat was op een ochtend, begin oktober 2014. Ik weet nog dat de wekker van mijn telefoon om half zeven ging, zoals die elke normale doordeweekse ochtend om stipt half zeven ging. Ik zette hem gauw op sluimeren en draaide me nog eens om. Na tien minuten ging de wekker weer, en zette ik hem weer op sluimeren. En na tien minuten weer. En weer, en weer. Zo tikte de tijd weg. Om kwart over zeven hoorde ik het water van de douche lopen in de badkamer van de buurvrouw. Haar dag en die van het buurmeisje was al begonnen. Zoals elke ochtend.

Het ging naar half acht. Vanuit de aangrenzende kamer waar mijn zoontje sliep, hoorde ik geluid. Hij was wakker, net als ik, maar bleef vooralsnog in bed liggen. Goddank, want dan kon ik ook blijven liggen en hoefde deze ellendige dag, want ellendig zou deze dag zeker zijn, nog even niet te beginnen. Ik zag als een berg op tegen het begin van weer een nieuwe, lange, moeizame en zware, verdrietige dag. Ik wilde er niet aan.

Maar mijn zoontje moest naar school, zoals elke maandagmorgen. Ik moest eruit. Hem helpen met aankleden, hem laten ontbijten met zijn appeltje, bordje havermout en kopje thee met honing. Broodjes smeren voor in zijn lunchtrommeltje, een tienuurtje en drinken meegeven in zijn schooltas. Jas aan, op de fiets stappen en met hem op zijn fietsje naast mij naar school rijden. Als vijfjarige oudste kleuter in de kleuterklas kon hij al steeds meer zelf, maar dit kon hij nog niet alleen. Hij had mij nodig.

Maar ik wilde mijn bed niet uit. Ik kon het echt niet opbrengen. Ik dacht aan al die doodvermoeiende handelingen die ik zou moeten verrichten om hem om half negen netjes op school af te leveren en het duizelde me. Ik zou mijn bed uit moeten komen en al die dingen moeten doen. Pas daarna, als ik weer teruggefietst was naar huis, zou ik er weer terug in kunnen. Dat kon ik allemaal niet. Dat wilde ik niet. Dus bleef ik het moment van opstaan eindeloos uitstellen. Maar de nieuwe dag liet niet op zich wachten.

‘Mam… ben je wakker?’ klonk het vanuit de andere slaapkamer. Ik antwoordde: ‘Ja… maar mama is nog heel, heel moe. Sta jij maar vast op en ga je maar zelf aankleden.’
Ik hoorde hem het dekbed van zich afslaan en zijn blote voetjes op het laminaat zetten. Het openen van zijn kastdeur, gerommel. Inwendig slaakte ik een zucht van verlichting en zette de wekker nog maar eens op sluimeren.
‘Mam… ik weet niet wat ik aan moet trekken.’ Ik zei hem om dezelfde kleren als gisteren aan te doen en dat deed hij braaf. Het was kwart voor acht. Normaal reden we altijd rond tien voor half negen naar school. Hij moest nog ontbijten. Hij liep mijn kamer binnen. ‘Mam, waarom lig je nog in bed? Je moet er uit en je aankleden. Ik moet toch naar school?! Sta op!’

Ik belde huilend mijn moeder, omdat ik besefte dat dit zo echt niet langer kon.

Meer lezen

Ik, een depressie? No f*cking way!

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.