Waarom roze vrijheid nog steeds niet vanzelfsprekend is

Kun je in ons land – zowel binnen de veiligheid van je eigen huis als op straat – laten zien wie je echt bent?

Duizenden lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders vieren vanaf vandaag tijdens de Europese EuroPride in Amsterdam het recht zichzelf te zijn. ‘Join our freedom’ is de slogan van het vijftiendaagse festival. Wat houdt die roze vrijheid op dit moment in?

Stellen van hetzelfde geslacht mogen in Nederland sinds 2001 met elkaar trouwen en kinderen adopteren. Toch omvat de vrijheid om je leven te leiden zoals je dat zelf wilt zoveel meer dan trouwen en kinderen. Kun je in ons land – zowel binnen de veiligheid van je eigen huis als op straat – laten zien wie je echt bent?

In Nederland zegt de meerderheid van de mensen geen problemen te hebben met lesbiennes, homoseksuelen, biseksuelen en transgenders (LHBT’s). Negen op de tien inwoners vindt dat mensen hun leven moeten leiden zoals zij dat willen, blijkt uit het meest recente onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) naar de houding van Nederlanders ten opzichte van LHBT’s.

Dat de praktijk weerbarstiger is blijkt wel uit de naam van het onderzoeksrapport. ‘Wel trouwen, niet zoenen’ schetst een divers beeld van een land waarin mensen ‘op zich’ vinden dat iedereen vrij moet zijn, maar waar nog steeds een taboe rust op homoseksuele koppels die handen vasthouden en in het openbaar met elkaar zoenen.

Cijfers

De houding ten opzichte van LHBT’s wordt elke twee jaar gemeten door het SCP door middel van vragenlijsten. Huwelijken tussen mensen van hetzelfde geslacht worden door 78 procent van de ondervraagden gesteund. Adoptie wordt door 65 procent positief ontvangen en maar weinig deelnemers hebben moeite met een homoseksuele docent voor hun kind (7 procent).

Intimiteit – zowel binnenshuis als buitenshuis – is zoals gezegd een ander verhaal. Seks tussen twee mannen wordt door 27 procent van de ondervraagden als walgelijk ervaren. Zoenende mannen op straat worden eveneens niet door iedereen geaccepteerd (35 procent), net als zoenende vrouwen (24 procent), tegenover 12 procent die niet zit te wachten op kussende heterokoppels.

Verschillen tussen groepen

Hoe over LHBT’s wordt gedacht verschilt per groep. Het SCP groepeerde de meningen van de ondervraagden onder meer in geslacht, leeftijd en religiositeit. De onderzoekers schetsen grofweg dat vrouwen, 70-minners, hogeropgeleiden, niet-religieuzen en PvdA/VVD/GL/SP/D’66-stemmers ‘relatief positief zijn’.

Bij ‘70-plussers, beslist religieuze mensen en mensen die op de ChristenUnie stemmen of op overige kleine partijen’ zou de negatieve houding minstens twee keer hoger zijn dan de algemene bevolking. Hoewel de houding tegenover LHBT’s gemiddeld positief is, schrijven de onderzoekers dat het goed mogelijk is dat er negatieve reacties komen wanneer koppels zoenen in het openbaar.

En als dat daadwerkelijk gebeurt, dan lopen ze ‘waarschijnlijk meer kans om uitgescholden te worden door puberjongens op het vmbo-b/t dan door vrouwelijke hoogleraren van middelbare leeftijd’, schrijven de wetenschappers in hun rapport.

Geweld

Wetenschapper Laurens Buijs dook verder in de wereld van daders van antihomoseksueel geweld in Amsterdam. De verdachten van fysiek geweld zijn volgens Buijs veelal jongens tussen de 17 en de 25 jaar, waarvan 36 procent autochtoon-Nederlands en 36 procent Marokkaans. De afkeer van homoseksuelen zou niet religieus gemotiveerd zijn.

In zijn studie ‘Als ze maar van me afblijven’ concludeert Buijs eerder dat ‘de hoofdoorzaak van de afkeer die de daders van antihomoseksueel geweld voelen voor homoseksualiteit ligt in hun opvattingen en emoties over mannelijkheid en seksualiteit.’ Hij schrijft dat vier onderdelen hiervan ‘met name ergernis, afkeuring en walging oproepen: anale seks, vrouwelijk gedrag, de zichtbaarheid van homoseksualiteit en de angst om door een homo versierd te worden.’

In veertig procent van de onderzochte gevallen ontstond geweld wanneer de jongens ‘denken een seksueel object van homomannen te zijn.’ ‘Opvallend is dat de jongens homoseksualiteit niet op alle fronten afwijzen,’ schrijft Buijs. Ze zien de geaardheid als onderdeel van de samenleving, maar willen dus niet met de vier bovengenoemde onderdelen worden geconfronteerd.

Minder vrij

Uit een onderzoek dat EenVandaag afgelopen jaar deed in de aanloop naar de Canal Pride blijkt dat 55 procent van de LHBT-ondervraagden zich anno nu niet vrij voelt om hand-in-hand te lopen op straat. Van de 28.000 deelnemers aan de enquête waren 1.700 mensen lesbisch, homoseksueel, biseksueel of transgender. De reden waarom ze zich niet vrij voelden kwam daarin niet naar voren.

Wel liet één op de vijf LHBT-deelnemers weten in het jaar voorafgaand aan de enquête negatieve reacties te hebben gehad naar aanleiding van hun geaardheid. Vaak in de vorm van scheldpartijen maar ook pesterijen op het werk. Vier op de tien LHBT’s gaf aan dat de negatieve reacties in hun beleving erger worden. Oftewel, voor echte roze vrijheid valt nog een hoop te winnen.