Dit is waarom de eerste indruk zo belangrijk is (je kunt ‘m namelijk nooit meer veranderen)

Mensen hebben de neiging om meer waarde te hechten aan negatief gedrag dan aan positief gedrag

Mensen vormen vrijwel direct een beeld van je. In slechts één tot twee seconden hebben ze al bepaald wat ze van je vinden. Maar hoe ontstaat die eerste indruk en waarom is een eerste indruk zo belangrijk?

Dat deze eerste indruk hardnekkig is, bevestigt de wetenschap. Als iemand een bepaald beeld heeft gevormd, is het moeilijk om dit beeld nog te veranderen. Om een oordeel te kunnen vormen maken mensen gebruik van stereotypering, uiterlijk, non-verbaal gedrag en intuïtie.

Het vormen van een eerste indruk gaat vrijwel onbewust. Mensen hebben vaak niet door dat een bepaalde situatie ervoor zorgt dat ze een bepaald beeld van iemand vormen. Je gaat bij het vormen van een oordeel over een persoon dus af op wat je gevoel je zegt. Dat we dit doen, is makkelijk te verklaren vanuit onze evolutieleer: onze voorouders moesten in een fractie van een seconde kunnen bepalen of de ander gevaarlijk was.

Halo-effect

Bij het vormen van een eerste indruk van iemand, speelt het halo-effect een grote rol. Dit houdt in dat je een totaalbeeld vormt van een persoon op basis van een bepaalde positieve of negatieve eigenschap. Het halo-effect werd voor het eerst beschreven door Edward Thorndike. Hij ontdekte dat bij het observeren van mensen één waargenomen eigenschap kan leiden tot het beoordelen van het volledige karakter.

Er is dus sprake van een cognitieve bias die ervoor zorgt dat iemand een vooroordeel vormt over iemand zijn karakter. Wanneer iemand een oordeel heeft gevormd, gaat hij of zij vervolgens onbewust op zoek naar eigenschappen die dit beeld bevestigen. Mensen willen opvattingen over een bepaald persoon zo veel mogelijk bevestigd zien om zo cognitieve dissonantie te kunnen reduceren.

Primacy-effect

Volgens psycholoog Solomon Asch speelt bij het vormen van een eerste indruk het ‘primacy-effect’ ook mee. Hij ontdekte dat eigenschappen die als eerste worden genoemd langer blijven hangen en van grotere invloed zijn op het beeld dat een persoon van iemand vormt. Stel: je hebt een persoon die koppig en intelligent is, en een persoon die intelligent en koppig is. De meeste mensen beoordelen deze eerste persoon negatiever dan de tweede persoon. Mensen houden niet van intelligentie bij een koppig persoon, maar kunnen koppigheid bij een intelligent persoon wel waarderen. De volgorde waarin we kennis maken met bepaalde eigenschappen van een bepaald persoon, is van grote invloed op de eerste indruk die we vormen van die persoon.

Negativity bias

Een ander effect dat een grote rol speelt bij je indruk van iemand is de zogenaamde negativity bias. Mensen hebben de neiging om meer waarde te hechten aan negatief gedrag dan aan positief gedrag. In haar boek ‘De eerste indruk’ legt Roos Vonk uit dat dit komt doordat de meeste mensen ervan uitgaan dat de wereld in principe goed is. Als we verwachten dat de ander aardig is, komt het des te harder aan als het tegendeel blijkt. Hierdoor is het zo lastig om een negatieve eerste indruk nog te veranderen.

Non-verbaal gedrag, zoals lichaamstaal, speelt mee bij het vormen van een eerste indruk. Hier lees je hoe je lichaamstaal ervoor kan zorgen dat je zelfverzekerder over komt.