Waarom raken sommige mensen verslaafd aan iets, en hoe werkt dat dan precies?

Sommige mensen zijn gevoeliger voor een verslaving dan anderen

Al je vrienden drinken veel, maar jij bent de enige die niet te stoppen is. Hoe kan dat? Wat doet verslaving met je? En misschien nog wel belangrijker: kom je er ooit vanaf?

Opeens wordt dat glaasje wijn een fles per dag, rook je in plaats van één sigaret een heel pakje en poker je jezelf achter je laptop in slaap. “De kern van verslaving is controleverlies,” zegt hoogleraar Verslavingszorg Wim van den Brink. “Oftewel, je zou wel minder willen roken, drinken of pokeren – maar het lukt niet.”

Hunkeren naar middel of gedrag

Bij verslaving denken we aan sigaretten, alcohol en drugs, maar inmiddels neemt de wetenschap ook ongecontroleerd gedrag als gokken serieus. Van den Brink: “De craving naar gokken werd vroeger een impulscontrolestoornis genoemd, maar tegenwoordig weten we genoeg om gokken verslavend te noemen.”

Mogelijk krijgt internetcraving in de toekomst hetzelfde etiket. Volgens Van den Brink is het een potentiële kandidaat. “Dat gaat vooral op voor mensen die second life games als World of Warcraft spelen. In Azië, met name in Zuid-Korea en Japan, is ongecontroleerd gamen een serieus probleem.”

Mensen die de hele dag gamen maken volgens psycholoog Alfonso Arteaga, gespecialiseerd in verslavingsgedrag, geen onderscheid meer tussen internet en de realiteit. “Bovendien slapen ze weinig tot niet, worden ze depressief en lopen ze het risico hun baan en het contact met hun sociale omgeving te verliezen.”

Toch vinden de wetenschappers het te vroeg om ziekelijk gamen een verslaving te noemen. Van den Brink: “Enige voorzichtigheid blijft op zijn plaats. Als het gaat om dwangmatige shoppers, workaholics en chocoladecravers wordt het helemaal gissen. Aardige fantasieën hoor, maar hierover weten we te weinig.”

Omgeving

Inmiddels hebben onderzoekers wél een goed beeld waarom sommige mensen gevoeliger zijn voor verslaving dan anderen. Bij experimenteren met alcohol, drugs en gokken spelen omgevingsfactoren een grote rol. Heb je toegang tot het middel? Gebruiken je ouders het ook? Heb je vrienden in de buurt die hetzelfde doen?

Genen

Bij de daadwerkelijke ontwikkeling van verslaving spelen genen volgens Van den Brink in 50 tot 70 procent van de gevallen een doorslaggevende rol. Sommige mensen hebben meer plezier van een middel dan anderen, een gevoel dat genetisch is bepaald.

Andere belangrijke factoren bij het ontstaan van verslaving zijn verwaarlozing en geweld. Onderzoekers als Van den Brink en Arteaga geven aan dat mensen die op jonge leeftijd zijn blootgesteld aan misbruik een grotere kans hebben om verslaafd te raken aan genotsmiddelen.

Mensen die een kleinere kans hebben op verslaving kunnen zowel de positieve als de negatieve gevolgen van het middel overzien. “Personen die gevoelig zijn voor verslaving associëren de stof alleen met het plezier dat erop volgt,” legt Van den Brink uit. “De stof vermindert hun gevoel van narigheid en dat is het enige dat ze nog hebben.”

Ze nemen een biertje in de bar of wagen een gokje in het casino. Van den Brink: “Wanneer hun geheugensysteem die ruimte koppelt aan dat plezier, dan zullen ze cravings krijgen op vergelijkbare plekken. En dat worden er steeds meer.”

Dat kun je volgens de hoogleraar Verslavingszorg zelfs zien in het brein. Wanneer hij een hersenscan maakt van een verslaafd persoon en kort een plaatje van een glas bier laat zien, dan ziet hij de beloningsdelen van de hersenen al oplichten, nog voordat de beloning er is. Ja, we mogen weer!

Wanneer het bij die hunkering blijft zou dat niet eens rampzalig zijn. “Als mensen maar de controle zouden hebben om de craving te weerstaan.”

Controleverlies

Craving is in combinatie met verminderde cognitieve controle en impulsief gedrag de drijvende kracht achter verslaving, aldus Van den Brink. “Meestal denken we eerst na voordat we leuke dingen doen, want die zijn vaak risicovol. Uiteindelijk worden we afgeremd door de negatieve gevolgen van onze activiteiten. Tenzij je overgevoelig bent voor verslaving.”

“De waarschuwing voor de negatieve gevolgen van ons handelen wordt geregeld door de prefrontale cortex in ons brein. Bij mensen die kwetsbaar zijn voor verslaving functioneert die niet goed: zij kunnen minder goed afwegen en plannen, en zijn impulsief. In combinatie met overgevoeligheid voor beloning (sterke craving) zullen zij vaker een verslaving ontwikkelen.”

Soesja Leugs

Gevolgen

De gevolgen van verslaving zijn afhankelijk van de persoon, het middel of de gewoonte waaraan diegene verslaafd is, de duur van de verslaving en de omgeving. “Zowel de omgeving als medici kunnen verslaving herkennen wanneer het dagelijkse patroon van een persoon verandert,” legt Arteaga uit.

Hij noemt een samenwonend stel als voorbeeld. Als de vrouw opmerkt dat al het spaargeld verdwenen is en de man heeft daar geen verklaring voor, dan kan zij volgens Arteaga aan verschillende scenario’s gaan denken: “Alcohol, drugs, seks of gokken.”

Naar mate de verslaving erger wordt zien deskundigen dat mensen zonder geld, baan, huis en familie komen te zitten. “Daarom is het belangrijk dat we er zo vroeg mogelijk bij zijn,” zegt Arteaga. “Steun van je sociale omgeving is heel belangrijk voor het afkickproces.”

Tot zover de gevolgen in de omgeving van de verslaafde, want de lichamelijke effecten zijn zo mogelijk nog desastreuzer. Van den Brink: “Alcohol is niet alleen verslavend, maar tast ook al je organen aan. Aan de nicotine in sigaretten ga je niet dood, maar raak je wel verslaafd. Sigaretten zijn eerder problematisch door teer en tabak, waardoor 20.000 Nederlanders per jaar vroegtijdig overlijden.”

Arteaga noemt tot slot de effecten op ons brein. “Sinds de introductie van drugs als xtc, speed en amfetamine zien we steeds meer ex-verslaafden die kampen met mentale aandoeningen, bijvoorbeeld schizofrenie. Ze zijn misschien wel afgekickt, maar kunnen nog steeds niet functioneren in de maatschappij.”

Is er een weg terug?

Ja, die is er zeker, zeggen beide wetenschappers. De meeste verslavingen zijn behandelbaar. Van den Brink noemt een methode als cognitieve gedragstherapie, om hun gedachten over de situatie te veranderen en mensen te leren nee te zeggen. Wanneer dat niet werkt kunnen medicijnen de hunkering naar het middel bijvoorbeeld wegnemen.

Arteaga ziet een derde van zijn patiënten een leven opbouwen als geheelonthouder, een volgende groep terugvallen in het oude patroon en weer afkicken met therapie, en een laatste club mensen die hun verslaving nooit kwijt zal raken.

De uitspraak ‘Eens verslaafd, altijd verslaafd’ gaat niet op, vindt Van den Brink. “Maar makkelijk is het niet. De craving blijft lang bestaan, ook al ben je jaren geleden afgekickt. Een fijne omgeving helpt, maar betekent niet dat je de rest van je leven veilig bent. Ik zou eerder zeggen: eens kwetsbaar, altijd kwetsbaar.”