Wat we kunnen leren van de ‘gelukkigste’ man ter wereld

Hij ruilde een Ferrari in voor het monnikenbestaan

De gelukkigste man ter wereld, een titel waar hij zelf overigens weinig mee heeft, is een Franse monnik (70) die vanuit Nepal boeken schrijft over altruïsme en geluk. Wat kunnen we leren van Matthieu Ricard?

Toen hij gepromoveerd was begon hij te twijfelen aan zijn academische carrière en besloot drastisch het roer om te gooien. De zoon van een Franse filosoof en een artieste beëindigde zijn wetenschappelijke carrière in 1972 om in de leer te gaan bij Indiase boeddhistische monniken.

Wat ís geluk?

Ricard noemt geluk niet alleen een aangenaam gevoel van welzijn, maar een diepe gewaarwording van sereniteit en vervulling. Een staat die je alleen bereikt door innerlijke bloei en die je ervaart tijdens alle emoties die dagelijks passeren, van vreugde tot verdriet.

Dat lijkt misschien vreemd, maar volgens Ricard kun je ook gelukkig zijn op momenten dat je je treurig voelt, omdat emoties van voorbijgaande aard zijn.

Daarbij gebruikt hij de zee als metafoor. Als je je op het diepste punt van een golf bevindt dan raak je de bodem van de zee, je zit letterlijk aan de grond, terwijl je je al surfend op de top van diezelfde golf euforisch zou voelen.

Hoe vinden we geluk?

Ricard denkt dat we ons welzijn niet af moeten laten hangen van de buitenwereld of de wens ‘alles te hebben wat ons hartje begeert’. Want wanneer een onderdeel van dat ‘alles’ ontbreekt, dan stort onze wereld in.

Geluk vinden we in onszelf. Ricard denkt dat we onze geest moeten ontwikkelen door wijzer te worden, andere mensen te helpen zonder daar zelf beter van te worden en we compassie moeten hebben met de wereld om ons heen.

Maar niet zonder dat we de geest hebben ontdaan van mentaal vergif als hebzucht, haat en jaloezie. Emoties die hij schadelijk acht voor onszelf en voor anderen. Hoe meer ruimte we die geven, des te ellendiger we ons voelen.

Train je geest

Ricard gelooft dat we de geest kunnen trainen dit soort emoties uit te bannen. De monnik zegt dat twee tegenovergestelde gevoelens niet tegelijkertijd aanwezig kunnen zijn: je kunt iemand ook niet op hetzelfde moment kwaad doen én goed.

Positieve emoties zijn volgens de monnik om diezelfde reden een natuurlijk tegengif voor negatieve gevoelens. Met innerlijke vrijheid bestrijdt Ricard intense inhaligheid en met vrijgevigheid verdrijft hij de haat uit zijn hoofd.

Hoe kunnen we dat leren? Ricard gebruikt nog eens een metafoor. ‘Woede is als een onweerswolk. Het ziet er bedreigend uit, van veraf denken we dat we erop kunnen zitten, maar van dichtbij blijkt de wolk te bestaan uit mist.’

Als we zo naar de gedachte achter woede leren kijken, dan schiet die emotie na verloop van tijd alleen nog maar vluchtig door ons hoofd. Dat noemt Ricard de ware betekenis van meditatie: training van de geest.

En dat kost tijd, omdat die negatieve gedachten ook de tijd namen zich in ons hoofd te nestelen. Maar als we slagen, dan blijft er meer ruimte over om gelukkig te zijn.