Kunstkijken als therapie

In hoeverre speelt kunst in op gevoel en emotie

Zoals de Zwitserse schrijver en filosoof Alain de Botton het omschrijft: “In their different ways, art and philosophy help us, in Schopenhauer’s [filosoof uit de 19e eeuw] words, to turn pain into knowledge.” Bij uitstek moderne kunst beïnvloedt de geest, via welk zintuig dan ook. Maar wat het nu exact met je doet? Dat vroegen we twee connaisseurs: Margriet Schavemaker, manager educatie, interpretatie en publicaties, en Valentijn Rambonnet, medewerker educatie bij het Stedelijk Museum.

Eenmaal voor het immense, kobaltblauwe doek van Barnett Newman beland voel je jezelf afdrijven in een bijna meditatieve staat van kalmte en zelfs ontroering. Terwijl het in een ander misschien razernij opwekt en de liefhebber er eeuwenoude Joodse symbolen uit leest.

Valentijn: “Net zoals de ervaring van een kunstwerk per mens verschilt, zo verschillen ook de intenties van kunstenaars. In het Stedelijk vind je werken van kunstenaars die onderzoeken hoe je met verf op doek je gevoelsleven kunt uiten, die streven naar een hele eigen stijl en kunstenaars die heel wetenschappelijk te werk gaan en juist elk persoonlijk handschrift willen vermijden.”

Er zijn dus verschillende stromingen in het spel, zo legt Margriet uit: “Als je kijkt naar de kunstwereld die wij [bij het Stedelijk] omvatten van zo eind 19e eeuw tot nu dan is er aan de ene kant sprake van een koel Modernisme. Van de stijl van Rietveld die eigenlijk probeert een nieuwe samenleving, een nieuwe realiteit neer te zetten en de menselijke geest te beïnvloeden. Mondriaan is daar ook een goed voorbeeld van met die prachtige, geometrische en uitgebalanceerde kleurvlakken. Aan de andere kant van het spectrum vind je een expressionist zoals Vincent van Gogh die op de emotie speelt en zijn psyche probeert bloot te leggen. Zijn gekte eigenlijk. Dan heb je nog een derde lijn, waarvan ik zelf erg fan ben, en dat is die van Marcel Duchamp met zijn readymade. Hij plaatst een fietswiel op een krukje of een urinoir op een sokkel in een museum en zegt: ‘Hiermee lever ik het bewijs dat het niet alleen om de retina gaat, om het kijken, maar juist ook om de geest, om het denken.’ Veel moderne en hedendaagse kunst draait dus om een soort kritisch verzet, het oprekken van grenzen en het zoeken naar nieuwe manieren van denken. De menselijke geest staat daarbij altijd centraal.”

Aan de hand van vijf kunstwerken ontrafelen Margriet en Valentijn hoe moderne kunst de gemoedstoestand bewust of onbewust kan prikkelen en hoe kunstenaars zich verhouden tot de menselijke geest.

Matisse. La perruche et la sirene, 1952-53. Collectie Stedelijk Museum, Amsterdam.
Henri Matisse, La perruche et la sirene, 1952-53

Margriet: “Matisse was zelf ziek op het moment dat hij dit werk maakte. Tijdens zijn ziektebed wilde hij een tuin om zichzelf heen creëren waardoor het bijna zijn eigen therapie werd. Hij omringt zich met zijn eigen wereld om beter te worden of zichzelf in ieder geval beter te voelen. Het is een heel fijn werk om voor te staan. Je verliest jezelf erin, en dat achtergrondverhaal geeft het kunstwerk ook een enorme meerwaarde.”

Barnett Newman -Cathedra, 1951. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.
Barnett Newman, Cathedra, 1951

Valentijn: “Sommige kunstwerken moet je absoluut in het echt zien en dat geldt voor dit werk helemaal. Als je de tijd neemt om dit werk goed te bekijken kom je erachter hoe deze enorme kleurvlakken je onderdompelen. In eerste instantie is het vooral een hele
fysieke ervaring van kleur.”

Margriet: “Sommige denkers zien hierin een vorm van het sublieme. Zo’n ervaring kun je ook in de natuur beleven. Je voelt je zo nietig als mens in de grootsheid van de aarde. Dit noemen we het sublieme. Met kunstenaar Joseph Semah hadden we over dit werk [van Newmann] laatst weer een heel andere discussie. Hij is gefascineerd door het Joodse gedachtegoed en hij stelde dat wij Newmans kunst te veel vanuit de westerse kunstgeschiedenis beschrijven, en Newmans Joodse roots buiten beschouwing laten. Hij heeft een goed punt want Cathedra betekent troon van God in het Oude Testament en het blauwe schilderij kan goed verwijzen naar het blauwe hemelgewelf. Semah zal hierover in de tweede helft van dit jaar een lezing geven.”

Pablo Picasso. Femme assise au chapeau en forme de poisson. Zittende vrouw met vishoed. 1942. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam
Pablo Picasso, Femme assise au chapeau en forme de poisson, 1942

Valentijn: “Als ik dit portret van Picasso zie moet ik hardop lachen. Je ziet de toenmalige vriendin van Picasso heel hoekig geschilderd en dan is er opeens die citroen, het bestek en de vis op haar hoofd. Een van onze museumdocenten nam dit werk als uitgangspunt voor een workshop voor een programma voor ouderen met Alzheimer en hun mantelzorgers, genaamd: Onvergetelijk Stedelijk. Kijken naar kunst kan mensen met een vorm van dementie bekrachtigen. Een kunstwerk kan een hele sterke herinnering oproepen.”

Margriet: “[Marcel] Proust beschrijft dat ook zo mooi in zijn beroemde roman, À la recherche du temps perdu aan de hand van een Madeleine koekje. De geur en smaak van dat Madeleine cakeje brachten hem weer helemaal terug naar thuis, het ouderlijk huis waar hij opgroeide en allerlei herinneringen van vroeger. Met het Alzheimer-project onderzoeken we eigenlijk of kunst eenzelfde soort effect kan sorteren.”
Valentijn: “Tegelijkertijd kan iedereen kunst juist ook vanuit het hier en nu bekijken zonder dat je veel voorkennis nodig hebt. De deelnemers maakten in de workshop trouwens hoeden voor elkaar. De resultaten waren fantastisch.”

Karel Appel. Vragende kinderen, 1949. Collectie Stedelijk Museum Amsterdam.
Karel Appel, Vragende kinderen, 1949

Margriet: “Wij hebben veel in onze collectie van Karel Appel. Hij heeft ooit in een film van Jan Vrijman gezegd: ‘Ik rommel maar wat aan’. Maar al langere tijd weten we dat hij wel degelijk wist weet wat hij deed. Hij ging bewust ‘knulliger’ werk maken zodat je als toeschouwer ook terugkeert naar een meer primitieve, kinderlijke manier van kijken. Het raakt een beetje aan wat we vandaag de dag onder outsider art verstaan: kunst van bijvoorbeeld mensen met een psychische stoornis die niet speciaal voor het museum is bedoeld. Het gaat hier om een alternatieve geestesgesteldheid en werkwijze en dit levert vaak heel indringende beelden op. Karel Appel maakte in de jaren ’50 trouwens een grote wandschildering voor het stadhuis [op de Oudezijds Voorburgwal]. Daar waren ambtenaren zo boos over dat die werd afgeschermd. Die vonden het belachelijk. Ze vonden het maar kinderkunst. [Directeur Willem Sandberg van] het Stedelijk Museum heeft hem toen uitgenodigd het hier te komen maken.”

Valentijn: “Ondertussen is het werk weer tevoorschijn gehaald en wordt Karel Appel gezien als een van de meest belangrijke Nederlandse kunstenaars van de vorige eeuw.”

Edward Kienholz, The Beanery, 1965. Collectie Stedelijk Museum.
Edward Kienholz, The Beanery, 1965

Valentijn: “Veel mensen kunnen zich dit werk goed herinneren als ze het in hun kindertijd in het Stedelijk hebben gezien. Dat heeft er vast mee te maken dat je in het kunstwerk kunt rondlopen en dat al je zintuigen worden aangesproken. The Beanery [uit de jaren ‘60] is een bar in Los Angeles die Edward Kienholz heeft nagemaakt inclusief de barman, de geur en de geluiden… Ik heb ook weleens meegemaakt dat bezoekers er niet in durfden.”

Margriet: “Er zijn ook mensen die blijven terugkomen voor een bepaald werk of kunstenaar om een ervaring telkens opnieuw te beleven. Zoals een mevrouw die heel vaak naar een kunstwerk van Tino Sehgal kwam kijken. Zij zei daarover: ‘Ik gun dit iedereen, ik word hier zo gelukkig van.’ Soms wordt iemand helemaal gegrepen door een werk.”

Valentijn: “Er is een auteur die zo’n soort ervaring van een kunstwerk een positief trauma noemt. Een kind kan dat al ervaren en het is vaak het begin van een levenslange fascinatie met een kunstenaar of kunststroming. Ik moet dan ook meteen denken aan het vaak aangehaalde verhaal van Stendhal [pseudonym van de Franse auteur Marie-Henri Beyle] die in Florence zo’n intense ervaring beleefde van alle kunst om zich heen dat hij flauwviel. Je noemt dit het Stendhalsyndroom. Je hartslag gaat omhoog, je wordt duizelig en je raakt verward door de overdaad van schoonheid om je heen.”

Bijna al deze kunstwerken zijn op dit moment te aanschouwen in het Stedelijk Museum te Amsterdam naast de tentoonstellingen: Moving Thinking van Mariana Lanari, Isa Genzken: Mach Dich Hübsch!, Seth Siegelaub: Beyond Conceptual Art en Cally Spooner: And You Were Wonderful, On Stage.