Ik was niets meer waard, vond ik – Bedrock
adrian
#psychology - Lian van Doorn

Ik was niets meer waard, vond ik

Ik wil dus niet alles kunnen, maar ik móet wel alles kunnen

Ik was mezelf kwijt. Volledig. Ik was niets meer waard, vond ik. Niemand zag mij staan, niemand vond dat ik iets kon. Radeloos zocht ik hulp bij een psycholoog. Maar voor ik daartoe bereid was, moest ik door een hele bak ellende. En niemand minder dan ‘ikzelf’ deed mij dat aan.

Het is oktober 2014. Ik zit aan een lange tafel die vol staat met borrelhapjes en kijk uit op een prachtige tuin; een rijtje sinaasappelbomen, een helderblauw zwembad – het plaatje is compleet. Maar niets is minder waar. Ik voel me slechter dan ooit, zelfs het Portugese zonnetje kan geen wonderen meer verrichten. Ik ben op. Doodop. ‘s Nachts huil ik mezelf in slaap, overdag probeer ik me vooruit te slepen en de schijn hoog te houden. Iets wat er maanden daarvoor insloop en inmiddels routine was geworden.

Trekpop van mijn gedachten

Ik ben een perfectionist. Altijd al. Mooie eigenschap, maar zet één stap te ver en je raakt verstrikt, struikelt en tuimelt zo in een diepe put. En die bodem is hard, kan ik je zeggen. Perfectionisme beheerste mijn leven. Eerlijk is eerlijk, soms kan ik dat beter in tegenwoordige tijd schrijven. Het achtervolgt mij. Ik ben ambitieus, maar kan daar enorm in doorslaan, mezelf vergeten en mezelf vergiftigen. Hoe tegenstrijdig het misschien klinkt; ik wil helemaal niet perfect zijn. Volmaaktheid is saai, daar ben ik van overtuigd. Ik wil dus niet alles kunnen, maar ik móet wel alles kunnen. Ik ben een trekpop van mijn gedachten. Die trekpop laat mij de raarste dingen doen, zeggen en moeten. Zo moet ik alle plaatsen op de wereld kennen en op elke vraag het juiste antwoord geven.

Zo ook tijdens die vakantie in 2014.

Tranen dwarrelen over mijn wangen, mijn gezicht rust op mijn handen. Ik weet dat ze in de kamer naast mij vragende blikken naar elkaar werpen. Oh echt, wat zullen ze wel niet denken. Hoe kan ik ooit teruggaan naar die kamer. Het is te druk in mijn hoofd. ‘Je kunt er niets van’, ‘Wat ben je dom’, ‘Je kunt je echt niet meer vertonen’, ‘Ze vinden je toch een nietsnut’.

Vergeet niet Bedrock’s Facebook-pagina te liken, zodat je nooit meer iets mist.

Ik voelde me alleen, daar, zittend op die toiletpot, met zwarte wasbeerogen. En boven alles, minachtte ik mezelf. Het voorval: een spel waarbij ik de vraag kreeg wie er was gedood door een pijlstaartrog. Steve Erwin, schoot er door mijn hoofd. Maar de stemmetjes maakten daar korte metten mee, waardoor ik de voor mij meest afschuwelijke woorden moest uitspreken: ‘Ik weet het niet’. Toen iedereen moest lachen – omdat iedereen het antwoord weet, was mijn interpretatie toen – vluchtte ik naar de badkamer en draaide de deur op slot. En terwijl ik daar zat, besefte ik dat ik mezelf nu alleen maar meer voor schut zette. Maar ga maar eens terug. Echt niet.

Wat deed ik hier nog?

Het zijn momenten die ik nooit vergeet. Momenten die zich dagelijks voordeden. Van mijn to do-lijst niet afronden tot de pasta iets te lang koken. Van iemand niet kunnen helpen tot een fout vinden in een gepubliceerde tekst die ik had geschreven. Mijn teksten waren bij voorbaat al mislukt. Ik voelde me nergens thuis, dacht overal ongewenst aanwezig te zijn. In gezelschap zat ik gespannen op een stoel en liet ik me overrulen door de verhalen van anderen. Mijn verhalen deden er toch niet toe. Ik maakte mezelf alsmaar kleiner, minder waardevol, tot ik niets positiefs meer kon bedenken. Tot ik me zelfs bij mensen als mijn zus, broer en beste vrienden ongemakkelijk en gespannen ging voelen. Mensen die mij zo dierbaar zijn. Vonden zij het wel leuk als ik langskwam? Ik ging overal aan twijfelen. Aan mijn karakter, mijn uiterlijk, mijn relaties, mijn werk. Wat deed ik hier eigenlijk nog, als ik toch niets kon?

Na die vakantie in het zonovergoten Portugal, werd ik met mijn neus op de feiten gedrukt. Op de redactie waar ik toen stage liep, brak ik. De eindredacteur had mijn intro veranderd en gaf aan dat er iets niet klopte in de tekst. Het was de welbekende druppel die de emmer deed overlopen. En tot overmaat van ramp vroeg mijn zus of ik het wel leuk had gevonden in Portugal. Ik slikte, het was dus niet onopgemerkt gebleven. Voor mij viel het doek op dat moment. Ik moest vertellen dat ik me helemaal niet oké voelde. Ik moest laten zien dat ik niet perfect was, verre van zelfs. Ik schaamde mij, omdat ik niet aan mijn eigen norm kon voldoen. En de norm van anderen, dacht ik toen. Nu weet ik wel beter.

Op de hoogte blijven van Bedrock-nieuws? Schrijf je in voor onze Bedrock-sparks!

Vastklampen aan de psycholoog

Het was tijd om een versnelling terug te schakelen. Echt, dat was niet de eerste keer. Tijdens sportwedstrijden, een cursus kleien, mijn afstuderen… Meerdere keren probeerde ik mijn perfectionisme van me af te schudden. Missie mislukt, kan ik wel zeggen. Dit keer was ik zo diep gezonken, dat ik me vastklampte aan de eerste, beste psycholoog. Ik vond het afschuwelijk. Ik wilde helemaal niet praten over vroeger, mijn familie, vrienden en wat ik ‘diep van binnen voelde’. Ik wilde ook niemand de schuld geven van mijn perfectionisme en ik wilde ook niet dat een onbekende zou gaan oordelen. Maar de bekende woorden ‘ik kwam, ik zag, ik overwon’ zijn hier van toepassing.

Niemand anders willen zijn

Al tijdens de tweede sessie kwam ik tot de conclusie dat ik vastzat in een patroon, in gedachten die waren gebaseerd op vroeger. Gebeurtenissen die ik als jong meisje zag als falen, niet meedoen, er niet mogen zijn. Gebeurtenissen waar ik nu wel beter van weet. Door me los te rukken van die gedachten en er andere, positieve gedachten voor in de plaats te zetten, had ik door dat mensen als mijn zus, broer en vrienden van mij houden zoals ik ben. Door niet meer te ‘moeten’ maar te ‘willen’, kon ik mijn ambities waarmaken. Door op te schrijven wat ik mooi vind aan mezelf, kan ik naar en om mezelf lachen. En door de stemmetjes in mijn hoofd te herkennen en te benoemen, kan ik nu genieten van de voordelen van perfectionisme.

Het is nog steeds moeilijk. Er kan steeds meer, het kan steeds sneller, grootser… Ik heb de lat voor mezelf hoog gelegd. En hoewel ik hem iets heb verlaagd, schuif ik hem soms stiekem iets omhoog. Ik heb nog steeds wel eens het gevoel dat ik faal of ergens niet thuishoor. Ik heb nog steeds wel eens het gevoel dat anderen er meer toe doen dan ik. Maar dan denk ik aan wie ik ben, waar ik voor sta en besef ik; ik zou niemand anders willen zijn. Ik zou never, ever mijn leven willen inruilen voor dat van een ander. En dat gevoel, dat houd ik vast.

Meer lezen?

We worden allemaal doodongelukkig door het streven naar perfectie.

Niets meer missen van Bedrock?

Like hier onze Facebook-pagina en blijf up to date. Of schrijf je in voor de Bedrock-nieuwsbrief.

Meer van dit soort artikelen op je wall?
Like Bedrock!

Meer Bedrock

6 ongezonde gewoontes in liefdesrelaties (en hoe dat beter kan)

Waarom solo uit eten gaan geweldig is (en jij het ook zou moeten proberen)

Helaas generatie Y, we kunnen tóch niet alles hebben

Een mooie missie: zo word je het eerlijkste modelabel ter wereld

Hoe smartphones relaties op de proef kunnen stellen

Zo halen we het beste uit onze kinderen (ban bijvoorbeeld negatieve gedachten uit het klaslokaal)

Het liefst gilde ik ‘ROT OP!’ Maar toch moest ik weer verplicht wandelen

Dit is precies waarom we vaker bang moeten zijn