Wat ik leerde van de marathon - Bedrock
#sport - Nydia van Voorthuizen

Wat ik leerde van de marathon

Je haalt er meer uit dan alleen fit worden

Francesco Gallarotti

‘Waarom doe ik dit?,’ ‘Ik wil niet meer!’ en ‘Au!’. Zomaar een greep uit de gedachten die ik had tijdens het lopen van de marathon. 42,195 kilometer waarvan vooral de laatste tien afzien zijn. De day after kon ik alleen tree voor tree de trap af schuifelen, er zaten schuurplekken tussen mijn benen en een van mijn teennagels was zwart. Waarom, in hemelsnaam, deed ik mezelf dit aan? En waarom deed ik het daarna nog twee keer? Hierom dus:

Zelfvertrouwen

Ik begon jaren terug met dat wat ik altijd het loser-schema noem. Twee minuten rennen, een minuut wandelen (en dan die twee minuten al best een uitdaging vinden). Langzaam werd ik steeds een beetje beter en na een halfjaar trainen werd hardlopen mijn tweede natuur. Ik dacht niet meer na over mijn houding, pasfrequentie of ademhaling, het ging allemaal vanzelf. Zolang ik niet al te hard ging kon ik het prima volhouden zonder te hijgen en zonder daarna kapot te zijn.

Toch was de marathon een ander verhaal. Dat was iets voor de ‘echte’ lopers. Ik kon ze er zo uitpikken op straat: hardloophempje, middelbare leeftijd, net iets te mager en man. Niets voor mij dus. Totdat ik Léonie van den Haak tegenkwam. Een blonde, jonge spring in ‘t veld die niet alleen marathons liep, maar zelfs ultramarathons (alles verder dan 42 kilometer, zoals bijvoorbeeld de Spartathlon van 246 kilometer). Ik viel steil achterover toen ik hoorde van de afstanden die zij liep, maar dacht vooral: als zij op een doordeweekse ochtend een marathon kon lopen, dan moest ik dat na vier maanden trainen toch ook wel kunnen.

En inderdaad, ook ik – toen net 23 met wapperende losse haren – kon een marathon lopen. Ik vloog de finish over en had het gevoel de hele wereld aan te kunnen. Ik had iets gedaan wat ik nooit voor mogelijk had gehouden. Mezelf overtroffen. Een fijn gevoel dat ik nog regelmatig naar boven haal in situaties waar ik me niet fijn in voel. Tijdens een zwaar gesprek op mijn werk bijvoorbeeld of in de tandartsstoel. Niet zeiken, spreek ik mezelf dan toe, je kan een marathon lopen, dus dit overleef je ook nog wel. Ik leerde dat ik mezelf geen limieten hoef op te leggen.

Rust

Zelden vind ik zoveel rust als tijdens het lopen van lange afstanden. Al is mijn hoofd nog zo druk, na een stuk rennen is het er allemaal uit. Voor korte stukjes duik ik vaak een vast park in of doe ik een rondje door de buurt, maar als ik wat verder moet gaat mijn voorkeur uit naar bos of strand. Plekken waar ik doorgaans niet kom en even weg ben van de drukte in de stad. Niemand hoeft iets van me en er is geen telefoon die ik om de tien minuten op autopilot check.

Het ritmische geluid van mijn voetstappen, mijn ademhaling, de natuur; alles bij elkaar heeft het haast iets meditatiefs. Er is tijd om na te denken, al lukt het vaak niet om die gedachtes te sturen. Ze komen op en dwalen als vanzelf weer weg, maar juist dat leidt tot inspiratie en inzicht. Eenmaal in de juiste flow krijg ik onverwacht heldere ideeën of durf ik opeens een knoop door te hakken.

Energie

Je lichaam maakt geluksstofjes aan en al dat bloed dat eens goed rondgepompt wordt maakt je wakker en helder, ook om 7 uur ‘s ochtends als je je liever nog een keer had omgedraaid. In mij schuilt eigenlijk een enorme luiaard. Eentje die het liefst de hele dag in bed ligt met een reep chocola of een bak popcorn binnen handbereik. Ik weet wel dat ik blij word van bewegen, maar zie jezelf toch maar weer zover te krijgen wanneer je moe thuiskomt of liever nog eens tegen je vriend aankruipt.

Die marathondatum die groot in mijn agenda stond was een goede stok achter de deur. Niet lopen betekent automatisch falen. Bij een tien kilometer-loopje kom je misschien nog weg zonder training, bij die mega afstand moet er toch echt getraind worden. Eenmaal terug van het lopen heb ik juist energie en denk ik nou nooit: dat had ik niet moeten doen.

Omgaan met tegenslag

Een blessure, een regenbui waar geen eind aan komt, de weg kwijtraken of het gewoon een keer echt heel zwaar hebben. De weg naar de marathon zit vol tegenslagen. Op je bek gaan hoort erbij en wat dat aangaat is trainen niet veel anders dan het echte leven. Maar terugkomen na een blessure, de regen trotseren of na een peptalk toch gewoon je training afmaken zorgen er allemaal voor dat je net weer wat sterker wordt. What doesn’t kill you… inderdaad ja. Tijdens dat ‘echte leven’ pluk ik daar dan weer mooi de vruchten van. Vallen en vooral weer opstaan, hoe vervelend een situatie ook is.

Meer lezen

Zo maak je je hoofd leeg tijdens het hardlopen.

Meer van dit soort artikelen op je wall?
Like Bedrock!

Meer Bedrock

zorgen loslaten

Drukke week? Zo leer je je zorgen loslaten

Een sportieve inspiratie-boost: mocht je nog op zoek zijn naar een sport voor 2017

Zwemmers opgelet: het eerste fitness zwembad van Nederland is een feit!

Gespot door de redactie: een healthy brunch en een magische running experience

Hardlopen kan je een betere leider maken (en dit is waarom)

Ben jij sportverslaafd? Doe de test

‘Vrouwen kunnen geen marathon lopen’: een kleine geschiedenis van de marathonvrouw